TPL__SEARCH

Bobbejaan (83) (Jan De Smet, Het Nieuwsblad)

20/05/2008

Het succesverhaal van Bobbejaanland is genoegzaam bekend, daar moeten we geen tekeningetjes meer bij maken. Maar tot voor kort wisten nog veel te weinig jonge mensen dat Modest Schoepen uit Boom een gigantische ster is (en blijft!) in de wereld van de muziek en het entertainment.


Zoals steeds zijn het andere en dikwijls jongere collega-acteurs of -muzikanten met het hart op de juiste plaats die de goegemeente even moeten wakker schudden. Het gebeurde begin de jaren zeventig, toen Urbanus door de hogere cultuurpausen werd uitgespuwd als zijnde vulgaire boerenleute, tot op het moment dat de Nederlander Kees van Kooten de spirituele humor van diezelfde Urbanus de hemel inprees.


De kazakken waren snel gedraaid! Eenzelfde verhaal enkele jaren later met Gaston Berghmans, die zijn hele leven tegen diezelfde culturele 'bierkaai' vocht en pas gehoord werd toen de fantastische theaterman Jan Decleir hem benoemde tot een van onze grootste acteurs. En enkele jaren geleden waren daar twee muzikanten die het hokjesdenken naar de vuilnisbelt hadden verwezen en daardoor met een open vizier de ware artisticiteit ontdekten: Rudy Trouvé en Daan Stuyven bliezen met een knallend superkanon het stof weg waaronder de artistieke carrière van Bobbejaan Schoepen al jaren sluimerde.


Plotseling was Bobbejaan veel meer dan de zanger van Ik zien zo gere mijn duivenkot. De allround entertainer, de instrumentalist, de schrijver van wereldhits, de man met een fabelachtige ukeleletechniek, de stemacrobaat, de kunstfluiter, kortom: de showman die tot in de verste uithoeken van onze wereldbol het publiek verblijdde met zijn grote en gevarieerde kunsten. Mocht Jacques Brel naar de wijze raad van Bobbejaan geluisterd hebben ('ge zou beter wat minder smoren, Jacques'), dan was hij misschien nog onder de levenden geweest en de Europese muziekwereld had er misschien helemaal anders uitgezien. Mag ik u toch nog één persoonlijke anekdote vertellen? Begin 2007 waren mijn broer en ik de peters van Cinema Plaza tijdens de nationale monumentenstrijd. Omdat we absoluut een Muzikaal Monument in onze strijd wilden betrekken, heb ik met de bibber in mijn stem aan Bobbejaan gevraagd of hij een liedje wou komen zingen in de zaal waar hij jaren geleden zovele keren op de bühne had gestaan. 'De Plaza in Duffel? Direct', was zijn laconieke antwoord. Het was een wonderlijk moment toen Bobbejaan traag maar zeker het podium betrad. Ik had één liedje gevraagd, maar Bobbejaan was met geen stokken van dat podium te krijgen.



Hij bleef improviseren en fijne grappen vertellen, het leek of hij zich weer die jonge Bobbejaan voelde zoals hij daar vijftig jaar geleden ook al had gestaan. Maar zo werkt dat nu eenmaal bij een waarachtige artiest als Bobbejaan Schoepen. Vorige week werd hij drieëntachtig. Hij bracht meteen een nieuwe cd uit. Ge moet het maar doen!

Jan De Smet

---------------
© 2008 Corelio
Publicatie: Het Nieuwsblad /
Publicatiedatum: 20 mei 2008