TPL__SEARCH

Marc Didden over Bobbejaan Schoepen (De Morgen)

22/05/2010

'Een countryrocker met chansonnierbloed in zijn aderen. Een komiek die mensen kon doen huilen. Een zanger die te vroeg gezwegen heeft.'

Marc Didden
De Morgen, 22 mei 2010

De Bobbejaan bij ons in de keuken was nooit de smoelentrekker die ik later op tv ontdekte, hij gaf nooit fluit- of jodelcursus en er werd ook zelden over cafés zonder bier gepraat

Modest


In die dagen stond de zevende bol nog even in de steigers maar het Atomium begon toch al aardig op het Atomium te lijken. Het zal dus wel de herfst van 1957 geweest zijn. Mijn dierbare vader had weer ontelbare overuren gedraaid in de kille hangars rond het rangeerstation van Thurn & Taxis en hij kwam vaak pas naar huis lang nadat zijn avondmaaltijd al voor de tweede keer koud was geworden.

Hij bevond zich dan meestal in een toestand waarbij hij de neiging had om veel te luid te spreken, een vervelende gewoonte waardoor ik wel eens wakker werd en zo ongewild getuige was van het soort 'tranche de vie' - toneelstukjes die het sacrament van het huwelijk automatisch met zich mee schijnt te brengen.

"Raad eens wie ik bij heb?", riep mijn vader vanuit de gang, terwijl hij de deur van de woonkamer openzwaaide. Mijn moeder raadde helemaal niets, omdat ze niet van spelletjes hield en ook al omdat ze zo cool was als tienduizend eskimo's en mijn vader toch al bijna iedere avond een wildvreemde mee naar huis bracht.

Meestal ging het om een pas gevonden vriend uit één van die neonbleke bediendencafés in de buurt van het Centraal Station. Soms was het een geünifor- meerde taxichauffeur van Taxis Verts die mee naar binnen moest omdat mijn moeder de ritprijs nog moest regelen omdat het geld van mijn vader altijd op was. Heel soms was het ook een wildvreemde vrouw die Tigra-sigaretten rookte en bijvoorbeeld Gisela heette en naar wie mijn moeder dan 's anderendaags refereerde als "die Duitse hoer", een benaming die duidelijk niet als compliment bedoeld was en die mijn achtjarige ik mateloos intrigeerde.

Maar die keer in '57 was het anders.

"Raad eens wie ik bij heb?" dus, en uit de schaduw van onze gang kwam plotseling de rijzige gestalte van Bobbejaan Schoepen getreden. Ook zonder cowboyhoed een imposante figuur en strak in het pak en van het soort glimmende zwarte haar voorzien dat toen bij supersterren hoorde. En een superster, dat was Bobbejaan. Niet alleen in dit driehoekig moeras maar in de hele tot dan toe bekende wereld. Op zijn altijd gepakte reiskoffer bevonden zich stickers van luxehotels in Amsterdam, Berlijn, Parijs, Paramaribo, New York of Nashville, waar hij gewoon Bobby John heette.

Hij zong in vier talen en jodelde en floot in alle andere en daarna ging hij aan tafel zitten om biefstukken te eten met andere wereldsterren als Jacques Brel, Elvis Presley, Toots Thielemans of Caterina Valente. En diezelfde Bobbejaan, die stond bij ons in de gang. Had mijn vader een lift gegeven en vroeg beleefd aan mijn moeder of hij mocht binnenkomen en dat mocht hij. En hij is blijven komen, een paar keer per maand, een paar jaren lang. Hij voelde zich goed bij mijn ouders die heel gewoon tegen hem deden, iets wat supersterren volgens mij zelden overkomt.

Toen ik vele jaren later beroepshalve al eens op de koffie ging bij Bruce Springsteen, Mick Jagger, Ray Davies, Bob Marley of Bryan Ferry stelde ik vast dat ik nooit echt onder de verlammende indruk was van die supersterren en het antwoord op de vraag hoe dat zo kwam weet ik nu pas: Bobbejaan.

Wat zou ik als jongvolwassene gaan bibberen voor een Springsteen of een Jagger? Ik die als achtjarige al aan de koffietafel gezeten had met de toen in mijn ogen grootste superster van allemaal, Modest Schoepen, uit Boom.

De Bobbejaan die bij ons in de keuken zat was nooit de smoelentrekker die ik later op tv ont- dekte, hij gaf nooit fluit- of jodelcursus en er werd ook zelden over cafés zonder bier ge- praat. Bob was vooral een raconteur. Een doordenker. Een filosoof. Een in het lichaam van een fantaisist geknelde einzelgänger die tegelijk een beetje te vroeg en te laat geboren was. Hij was een countryrocker met chansonnier-bloed in zijn aderen. Een singer-songwriter van toen dat woord nog niet uitgevonden was. Een komiek die mensen kon doen huilen. Een zanger die te vroeg gezwegen heeft. Iemand.

En nog iets.

Op een avond belde Schoepen bij ons aan. Hij wilde zichzelf zien op een tv-show die Tony Corsari presenteerde, meen ik mij te herinneren. Vooraf werd er nog iets gedronken. Toen het showtime was en het licht gedimd werd, moest mijn vader ootmoedig bekennen dat wij eigenlijk geen televisietoestel hadden, wat een kleine maar serieuze hinderpaal was om het betreffende programma te bekijken.

Mijn broer Leon vond snel een oplossing. We zouden ons allemaal samen stoetsgewijs naar de het nabije Jourdanplein begeven, in Etterbeek. Daar bevond zich op de hoek met de Froissartstraat een handel in huishoudartikelen, en in de vitrine stonden altijd tenminste twee televisietoestellen te koop.

Het ene was afgesteld op Brussel Frans, het andere op Brussel Vlaams.

Onderweg begon het te regenen. Alleen Bobbejaan had een paraplu bij zich maar hij was zo grootmoedig om mijn vader, twee van mijn broers en mijzelf ook droog te willen houden. Algauw begon de uitzending. We moesten bijna een uur verkleumd staan te wachten eer Bobbejaan, helemaal aan het eind, een liedje kwam zingen. En toen drong het tot ons door dat deze manier van tv-kijken wel best gezellig was maar in het kader van collectieve muziekbeleving toch één groot nadeel had. Er werd namelijk geen klank bij geleverd zodat wij de superster onder wiens paraplu wij huisden alleen maar konden zien doen of hij een liedje zong.

Achteraf liepen wij in stilte naar huis. Niemand zei een woord, zelfs Bobbejaan niet, tot grote opluchting van mijn broer die met het Plan Jourdan was komen aandraven.

En daarna heb ik Bobbejaaan nooit meer gezien.

Ik denk toch dat ik zijn 'Je me suis souvent demandé' nog eens ga opzetten.

Of bij nader inzien toch maar Exile On Main Street, van de Rolling Stones.

Niet uit Boom, dat bandje, maar toch ook goed.

Goodnight, Bobby John.

Sleep tight and don't let the bed bugs bite.

----------------------
© 2010 De Persgroep Publishing
Artikel informatie
Datum publicatie: 22 mei 2010
Bron: De Morgen