BOBBEJAAN UPDATES

Muzikant, Auteur, Componist, Zanger en Entertainer, Stichter en bezieler van Bobbejaanland

Bobbejaan Schoepen begint aan een tweede leven na zijn strijd tegen darmkanker

07/07/2001

Bobbejaan Schoepen begint aan een tweede leven na zijn strijd tegen darmkanker

«Niets blijft eeuwig duren»

In november 1999 hield de wereld van Bobbejaan Schoepen (76) even op met draaien: darmkanker. Onomkeerbaar en bijna ongeneeslijk. Bijna, want de man die de geschiedenis in gaat als de enige echte cowboy van België, heeft vriend en vijand verbaasd door onvervaard de strijd met het monster in zijn lijf aan te gaan en... te winnen. In september moet hij nog één keer naar de dokter en dan zal zijn ziekte tot een pijnlijk, maar ver verleden behoren. Zijn pretpark is nog steeds zijn lust en zijn leven, al zien zijn familieleden er de magie al lang niet meer van in. Zoon Jacky is de verantwoordelijkheid over zijn erfenis liever kwijt dan rijk en ook moeder Josée zou best willen rentenieren. Maar dat is nog geen optie voor Bobbejaan, die opnieuw drie keer per dag als de heiland door zijn park rijdt. Wij sprongen op de kar en lieten ons meevoeren op de tonen van galopperende paarden en joelende kinderen.


Inge STIERS

Het is bloedheet, maar Bobbejaan Schoepen arriveert in een lange witte broek, bruine suède schoenen, een roze hemd met lange mouwen en een blauwe trui. «Ik spiegel me aan de bedoeïenen», grapt hij. «Die kleden zich ook altijd warm om het fris te hebben». De man die een goed jaar geleden nog maar een schim was van zichzelf, is aan een tweede leven begonnen. Praten gaat een beetje moeizaam, maar woorden heeft hij gelukkig niet nodig om zwaaiend en knikkend als een heuse paus doorheen zijn park te toeren.

Zijn ziekte heeft amper sporen nagelaten en nu spreekt hij erover als was het een pijnlijke kies. «In het ziekenhuis heb ik vaak gedacht: 'Laat mij nu maar gaan', maar een mens vergeet nogal snel. Als ik nu op die periode terugkijk, vind ik dat ik het niet eens zo moeilijk heb gehad. Als je voortdurend met pijn leeft, ben je immers al gelukkig als je het een dag minder lastig hebt. Het enige wat me nooit meer zal loslaten, zijn de hallucinaties die ik had na de chemotherapie. Ik droomde dat ik in Congo zat en aangevallen werd door apen. Dat was zo realistisch dat ik op mezelf begon te slaan om die beesten weg te krijgen. Ik zag ook mijn dochter en haar drie kinderen als apen komen overvliegen. Dat wil ik nooit meer meemaken».

Het verhaal van Bobbejaan liet niemand onberoerd en de laatste maanden wordt hij overstelpt met brieven van mensen die aan dezelfde ziekte lijden. Kankerpatiënten vragen de naam van zijn dokter en smeken hem om raad. Maar die kan Bob hen niet geven. «Ik heb niks geleerd uit mijn ziekte. Niemand weet waarvan het komt. Zelfs mijn dokter niet. 'Als ik het geheim kende, was ik nu multimiljonair', zei hij op het moment van de diagnose. Toen wist ik het wel. Ik drink niet en ik rook niet, maar toch krijg ik kanker. Wat kan je eraan doen?Of ik misschien te hard gewerkt heb? Nee, dat denk ik niet. Op mijn negende ging ik al in de smidse werken omdat mijn vader een nierziekte had en niet veel meer kon. Ik werk dus al heel mijn leven en daar is niets mis mee».


Bang voor de dood

We zitten in een golfwagentje, op weg naar een piste in het park, waar sinds jaar en dag rodeoshows worden gehouden. De symbiose tussen man en paard: Bobbejaan wordt er haast filosofisch van. «Ik ben niet bang om opnieuw ziek te worden, want ik ben niet bang om te sterven. Ik heb nooit iemand iets misdaan, dus waarom zou ik bang zijn voor de dood? Ik geloof toch niet in God, want hoe kan je nog geloven als er 5.000 verschillende godsdiensten zijn? Ook een leven na de dood bestaat niet. Er zijn mensen die de hemel op aarde willen, en na hun dood ook nog een hemel eisen. Als ik dood ben, ga ik in een graf en dat is het dan».

Maar zover is het nog lang niet. De kleine apotheek die hij elke dag moet slikken en die zijn vrouw Josée iedere morgen zorgvuldig klaarzet, is zowat het enige dat Schoepen nog herinnert aan de doodstrijd die hij maandenlang voerde. «Ik heb niks overgehouden aan mijn ziekte. Ik ben alleen sneller moe dan vroeger, maar ik denk dat dat eerder met mijn leeftijd te maken heeft. Het enige wat er misgelopen is, is mijn tand. Ze hebben een verkeerde tand uitgetrokken en daarbij een zenuw geraakt. Daardoor kan ik nu niet meer fluiten. Maar verder gaat het uitstekend met mij. Ik kan bijvoorbeeld nog altijd even smakelijk eten als vroeger. Ik ben zeven kilo bijgekomen, maar die moeten er weer af. Daarom fiets ik 's morgens en 's avonds op mijn hometrainer. Ook mijn vrouw doet nog vaak aan sport. Zij fietst ook en 's morgens om zes uur begint ze haar baantjes te trekken in ons zwembad. Op die manier blijft ze in conditie en dat is wel nodig, want zij werkt nog heel intensief in het park. Ik weet niet waar ze al die energie vandaan haalt. Ze staat op om half zes en voor half een ligt ze niet in bed».

Bobbejaans bewondering voor zijn vrouw Josée, een gewezen topmodel, is grenzeloos én tijdloos. Hun relatie overleefde veertig jaar succes en tegenslag. «Het geheim van ons huwelijk? We maken nooit ruzie. En dat is maar goed ook, want ruzie maken is energie- en tijdverspilling. We hebben wel meningsverschillen, maar die slikken we liever in dan er over te discussiëren». Later zal Josée me toefluisteren dat ze nooit ruzie maken omdat «daar eigenlijk gewoon geen tijd voor is».


Onhandelbare hengst

De Wild West Show is aan de grand finale toe. Bobbejaan heeft de hele tijd geboeid staan kijken. «Da's nogal muziek, hè!», roept hij wanneer de ene countryklassieker na de andere door de luidsprekers schalt. Schoepen is zelf ook een fervent ruiter, al dienen zijn zadels sommige exclusieve uitvoeringen zijn meer dan twee miljoen waard tegenwoordig enkel nog om zijn Indian Museum op te fleuren. «Wat je die mannen daarnet zag doen, kon ik ook allemaal. Maar nu rijd ik niet meer. Ik vind dat je dan toch minstens twee uur per dag op je paard moet zitten en die tijd heb ik niet».

Na afloop van het spektakel gaat Bob een praatje slaan met zijn stalmeester. Er blijkt zich een probleem voor te doen. Een onhandelbare hengst gedraagt zich zo onstuimig dat hij niet bij de andere paarden kan worden gezet. Een crisisvergadering volgt. «Ik moei me nog altijd veel met het reilen en zeilen in het park», geeft Bobbejaan toe. «Maar ik probeer het af te bouwen omdat ik me slecht voel als de dingen niet lopen zoals ik wil». Het klinkt bijna als een verontschuldiging.


De Bobbejaan-erfenis

Zoon Jacky, die samen met zijn broer Bob Jr. het park runt, heeft minder keuze. Ik besluit van wagentje te wisselen en het domein te bekijken door de ogen van de 36-jarige jongeman die willens nillens met het pretpark opgescheept zit. «Ik heb heel mijn leven doorgebracht tussen de muren van Bobbejaanland en dat is niet evident», vertelt hij, terwijl hij met zijn ene hand het stuur onder controle probeert te krijgen en met zijn andere de onophoudelijk rinkelende gsm het zwijgen oplegt. «Langzaam begin ik te beseffen dat er andere dingen in het leven zijn dan dit park. Ik heb net een huis gekocht en dat is voor mij een hele verandering. Het is de eerste keer dat ik buiten het domein kom. Ik ben altijd met dat park bezig. Nu ik een huis heb, zal dat veel beter zijn voor mijn geest».

Winter of zomer, het is ondenkbaar dat Bobbejaanland zijn deuren opent zonder dat Jacky als een hyperkinetisch Duracell-konijn tussen de attracties huppelt. «Ik werk al van kindsaf in dit park. Gelukkig is dit een heel afwisselende job, want anders zou ik het nooit zeven dagen op zeven volhouden».

Jacky is meedogenloos. Niks ontsnapt aan zijn arendsblik en geen boomblad mag bewegen als hij daar zijn toestemming niet voor heeft gegeven. Van de precieze opstelling van de ijskarretjes en de kleur van de stenen en de bloemen, tot de aankoop van nieuwe attracties en het snoeien van de bomen: hij is overal even gedreven mee bezig. Het enige waar hij zijn handen van af houdt, is de boekhouding, maar daar heeft Bobbejaan dan weer een legertje bediendes voor, die hun kantoor hebben in zijn gigantische huis.

Diplomatie is niet aan Schoepen junior besteed en zijn personeel dient onvoorwaardelijk te gehoorzamen aan de stem die doet sidderen en beven. «Ik ben een strenge en kordate baas», geeft Jacky toe. «Maar het personeel respecteert me omdat ze weten dat ik niet alleen uitleg, maar ook uitvoer. Niemand klopt hier zoveel uren als ik».


Kleine familieruzie

Ondanks zijn passie voor de Bobbejaan-erfenis, lijkt Jacky na al die jaren flink uitgekeken op de rollercoasters en draaimolens. «Ik wil het park verkopen», bekent hij. «Alles is te koop. En ooit zal er een dag zijn dat het zover is. Dit park is een zware verantwoordelijkheid. Ik kan niet recupereren en ik moet er elke dag opnieuw staan. Dat kan ik niet volhouden. Ik wil iets anders doen, alleen weet ik nog niet precies wat. Ik ben al gevraagd door pretparken in Koeweit en China. Ze willen allemaal mijn advies over de aankoop van nieuwe attracties omdat ik wat dat betreft al wel enige watertjes doorzwommen heb. Maar ik wil nu een rustige job».

Als we opeens vader Schoepen kruisen ter hoogte van de Speedy Bob, breekt er zowaar een kleine familieruzie uit. Punt van discussie is de verlichting van het park. Blijkt dat Bobbejaan gemerkt heeft dat de buitenverlichting niet brandt. En dat is not done. Het feit dat een blakende zon alles al in een verblindend licht stelt, is voor de meester geen reden om de lampjes niet aan te steken. Maar dat is buiten zoon Jacky gerekend. «Maar pa toch», roept hij. «Er is te felle zon, niemand gaat er iets van zien. Dat is nutteloze slijtage van de lampen. En ma geeft me gelijk!». Bobbejaan pruttelt nog even tegen, draait zijn karretje om en vertrekt.


Rijk en gezond

Even later zitten we weer samen op een terras met live-muziek, waar Bobbejaan koffie slurpt en de voorbijgangers observeert. «Ik ben trots op Jacky, maar soms neemt hij te veel hooi op zijn vork», foetert hij. «Op zo'n momenten gaat het hem wel tegensteken, en dan roept hij wel eens dat hij de boel gaat verkopen. Maar hij heeft nog niks te verkopen! Als ik dood ben, hebben de kinderen twee mogelijkheden: ofwel verkopen ze alles en delen ze het geld, ofwel gaan ze ermee verder. Mij maakt het niet uit. Niets blijft eeuwig duren, hè. Ik ga het park niet missen. Ik hoor het geluid van juichende kinderen graag, maar toen ik in het ziekenhuis lag, heb ik daar zelfs geen seconde aan gedacht».

«Ik wil nu best op pensioen gaan en uitrusten, maar eerst moet ik nog een boek schrijven, een autobiografie. Die moet af, want veel tijd heb ik niet meer. Ik kan ook nog altijd zingen, maar waarom zou ik nog optreden? Voor wie? Voor het applaus? Pfff, er zijn duizend mensen die klappen en miljoenen die je niet gehoord hebben».

Nochtans heeft Schoepen net zijn naam en faam te danken aan onvergetelijke nummers als Café zonder bier en Mijn duivenkot. U gelooft het misschien niet, maar de man heeft zelfs een Zweeds album in zijn oeuvre zitten. Exploten die hem financieel geen windeieren hebben gelegd, want in zijn huis, in een uithoek van het pretpark, kan makkelijk een kolonie asielzoekers worden ondergebracht. «Ach, wat is rijk?», zucht Bobbejaan, alsof de gedachte alleen al hem moe maakt. «Rijk zijn is gezond zijn. Ik heb nooit begrepen waarom mensen elkaar op oudejaarsavond een gelukkig nieuwjaar en een goede gezondheid toewensen. Tot nu. Gezondheid is belangrijker dan geld, want ik pak geen enkele attractie mee als ik dood ga, hoor. En trouwens, wat is veel geld hebben? Als kind ging ik werken voor 75 centiem. Daarom wil ik ook niks 'zomaar' aan mijn kleinkinderen geven. Een van hen wil een computer en hij krijgt die van mij, op voorwaarde dat hij een maand bij mij komt werken. Niets is gratis».

Wél gratis zijn de foto's die Bobbejaan en masse van zichzelf uitdeelt. «Per jaar geef ik er zo'n 150.000 weg, maar op dit moment zit ik zonder». En dus wordt hij nu op zijn dagelijkse tochtjes doorheen het park voortdurend aangeklampt door oude én jonge mensen die met hem op de foto willen. Bobbejaan doet het met de glimlach. «Het is beter om in de belangstelling te staan dan vergeten te worden. Maar ik weet dat er een dag komt dat ze me niet meer zullen kennen».


Eenzame cowboy

Drie keer per dag snort hij nog door het park. «Ik moet alles in de gaten houden, kijken of het water nog overal proper is». Maar van de ererondjes doorheen zijn eigen 'land' krijgt hij het al lang niet warm of koud meer. «Dit park is de belangrijkste verwezenlijking in mijn leven, maar ik voel me heel gewoon als ik hier door rijd. Ik vind dat wel allemaal mooi (wijst naar de verzorgde bloemperkjes), maar dat is niet mijn verdienste, maar die van de hovenier».

De trots is misschien weg, maar het imago staat er nog steeds: de 'lonesome cowboy' is onkreukbaar. Zijn onafscheidelijke stetson lijkt aan zijn hoofd vastgegroeid en hij gaat er prat op graag alleen te zijn. «Toen ik in het ziekenhuis lag, was er wel altijd iemand op bezoek. Maar voor mij hoefde dat niet zo nodig. Ik ben een eenzaat».

Zoon Jacky is minder te spreken over de onsterfelijke cowboy-look van vader Schoepen. «Jacky zal voor geen geld ter wereld zo'n hoed opzetten», glimlacht moeder Josée. «Hij wil die rol niet spelen. En gelukkig maar, want er kan maar één Bobbejaan zijn».

Jacky Schoepen: «Ik wil Bobbejaanland verkopen. Ooit zal er een dag zijn dat het zover is. Dit park is een zware verantwoordelijkheid. Ik kan niet recupereren en ik moet er elke dag opnieuw staan. Dat kan ik niet volhouden»

Bobbejaan Schoepen: «Rijk zijn is gezond zijn. Ik heb nooit begrepen waarom mensen elkaar op oudejaarsavond een gelukkig nieuwjaar en een goede gezondheid toewensen. Tot nu. Ik pak geen enkele attractie mee als ik dood ga, hoor»

Bobbejaan en Jacky Schoepen toeren door 'Bobbejaanland', het pretpark dat vader uit de grond heeft gestampt, maar zoonlief liefst van de hand zou willen doen.


---------------
© 2001 Aurex NV
Publicatie: Het Laatste Nieuws
Publicatiedatum: 7 juli 2001
Auteur: Inge STIERS

Bobbejaan Schoepen is bij het brede publiek gekend als de oprichter van ‘Bobbejaanland’. Samen met zijn echtgenote Josée bouwde hij het familiepark uit tot een internationale trekpleister. Maar Schoepen was ook muzikant, auteur-componist, zanger...



Op 9 juni vindt op het plein aan de Bibliotheek en het Ontmoetingscentrum van Lichtaart de 8ste Bobbejaan Memorial plaats. Dit jaar wordt de Memorial gecombineerd met een inhulding van een kunstwerk ter ere van Bobbejaan. Het programma vindt u...