BOBBEJAAN UPDATES

Muzikant, Auteur, Componist, Zanger en Entertainer, Stichter en bezieler van Bobbejaanland

De culturele weerwraak van de jodelaar (De Standaard)

10/05/2008

Bekijk het volledige artikel in PDF



Een curiosum uit het tijdperk van de bonte avonden: zo werd Bobbejaan Schoepen weleens bekeken. Een nieuw album betekent eerherstel voor de razend populaire zingende cowboy van weleer.

We kunnen ons vandaag nog maar moeilijk voorstellen hoe populair Bobbejaan Schoepen begin jaren zestig was

Karel Michiels
DE STANDAARD




Bobbejaan schoepen (feb 2008) Photo Stephan Vanfleteren




Berlijn, 1961. In de grote Deutschlandhalle heeft Bobbejaan Schoepen die avond voor de tweede keer 15.000 mensen vermaakt, als muzikale hoofdact op het internationale filmfestival. Met een vierkoppig bandje en een karrenvracht hits kreeg de Vlaamse zanger het publiek moeiteloos uit de stoelen. 'Gek werden ze!' Na het concert deelt Bobby Jaan (zoals 'the cowboy of the Flemish plains' in het buitenland bekendstaat) nog ruim een uur handtekeningen uit. 'Er stonden duizenden mensen om mij heen.' Wanneer hij diep in de nacht eindelijk terugkeert naar zijn hotel en daar nog iets wil eten, blijkt dat onmogelijk. Zelfs een flesje Sprudelwasser zit er niet meer in. 'Ik was zo kwaad dat ik prompt heb besloten om een eigen zaal te bouwen, hier in het moeras, en alleen nog daar op te treden.' Toen hij zich voornam om zijn eigen 'land' te creëren, stond Bobbejaan Schoepen op het toppunt van zijn roem. In 1959 en '60 had hij zijn allergrootste hits gescoord: 'Café zonder bier' (een liedje dat tot vandaag wereldwijd met hem geïdentificeerd wordt - hij is er onlangs nog over geïnterviewd op de Australische radio), 'Ik heb eerbied voor jouw grijze haren' (door vele tientallen artiesten vertaald en gecoverd, met drie miljoen verkochte exemplaren een van de succesvolste Belgische nummers aller tijden), 'Een hutje op de heide' en 'In de schaduw van de mijn'. Hij had opgetreden in de Grand Ole Opry in Nashville, in IJsland en in Congo, in de Ed Sullivan Show en voor de Engelse koningin-moeder. In de Duits-Italiaanse productie O sole mio speelde 'Bobby Jaan' zijn eerste filmrol. We kunnen ons vandaag nog maar moeilijk voorstellen hoe populair Bobbejaan Schoepen in die dagen was. Net zomin als we ons nog kunnen inbeelden dat Bobbejaanland begin jaren zestig echt wel het wilde Westen was. Een stuk bos, een meer, een primitief strand. Het woord pretpark bestond nog niet en de spectaculairste attractie op het terrein was een katrol waarmee je van een kleine heuvel naar beneden kon glijden, om daar keihard tegen een boom aan te smakken. Je verbeet de pijn, want die hoorde er nu eenmaal bij in het land van de cowboys. Bobbejaan zelf was onze eigen Vlaamse westernheld. Wie anders kon de lasso zo goedgericht hanteren, rijdend op zijn paard, soms achterstevoren? Wie reed in zo'n schitterende witte Amerikaanse slee, een Plymouth, met een stierenhoorn op de voorsteven? En wie durfde zich zonder schroom zulke prachtige glitterpakken aan te meten? Gemaakt door Manuel, zouden we jaren later vernemen, king of the cowboy couture, de man achter de buitenaardse jumpsuits van Elvis, de zwarte garderobe van Johnny Cash, The man in black, en de glitterende weedbladeren, kruisbeelden en gifslangen op de showpakken van Gram Parsons. Noem in Manuels winkel in Nashville de naam van Bobbejaan en je wordt er nog altijd ontvangen als een koning.



Niet zomaar country


Maar Bobbejaan vertoonde niet alleen cowboykunstjes. Hij zong, floot, jodelde, vertelde tussendoor een mop en bespeelde verschillende instrumenten, waaronder ukelele, Hawaïaanse gitaar en zingende zaag, met een strijkstok. Dat die klanken wonderwel aansloten bij de weemoedige klanken van de slidegitaar, zo typisch voor de countrymuziek, besefte je als kind nog niet, maar Bobbejaan heeft het genre op die speelse manier wel geïntroduceerd in Vlaanderen. 'Het was niet zomaar country', corrigeert hij. 'Als jongeling liet ik mij vooral inspireren door Zuid-Afrikaanse liedjes, daar heb ik trouwens ook mijn artiestennaam vandaan. Country klinkt als Zuid-Afrikaanse muziek, het is er deels uit voortgekomen. Ik maakte die liedjes ongeveer in dezelfde periode dat in Amerika de country ontstond.' Ongeveer de helft van de meer dan 600 songs die Bobbejaan Schoepen geschreven heeft (270 Nederlandstalige, 45 Duitstalige, 15 Engelstalige, 29 Franstalige en 5 Zweedse) hoort thuis in de categorie country-and-western. Zijn enige voorbeeld zou Roy Rogers geweest kunnen zijn, die algemeen beschouwd wordt als een van de vaders van de countrymuziek. De manier waarop wij in de tweede helft van de twintigste eeuw naar cowboys keken (toen ze nog geen homo konden zijn), werd grotendeels bepaald door de zingende cowboys uit de jaren twintig en dertig. Die konden overigens ook heel goed jodelen. Blue yodel zou zelfs 'the quintessential Jimmie Rodgers record' zijn, een mijlpaal in de Amerikaanse muziekgeschiedenis. 'Ik heb in de jaren vijftig een paar keer bij Roy Rodgers gelogeerd', zegt Bobbejaan Schoepen, 'halfway tussen Los Angeles en Las Vegas. En met Roy Acuff heb ik in 1953 als eerste Europeaan opgetreden in de legendarische Grand Ole Opry in Nashville. De old Grand Ole Opry, de originele zaal dus. Vijfduizend man. Formidabel. Jacques Kluger, mijn manager (de vader van Jean Kluger, de manager van Will Tura en talloze andere Belgische artiesten) stond backstage te huilen. De mensen waren dol op mijn Europese accent. Ja, ik had het daar ver kunnen brengen. Maar Amerika is geen plezant land. Steve Scholes, de producer van Elvis Presley (zie kader) heeft me in 1957 nog aangeraden om op tournee te gaan. Concerten geven, de radiostations bezoeken. Maar iedere dag zes-, zevenhonderd kilometer rijden, dat zag ik echt niet zitten. I'm sorry, zei ik, en een paar dagen later waren we weer thuis. Ik had in die tijd veel succes in Duitsland en Oostenrijk, en Jacques had laten weten dat ik naar het songfestival moest. Had ik nog nooit van gehoord, maar ik wilde mijn carrière hoe dan ook voortzetten in Europa.' Even later kocht Bobbejaan Schoepen zijn eigen circustent en zette zijn eerste tour de chant op, de voorloper van de latere spektakels in Bobbejaanland en achteraf bekeken ook het eerste fundament van wat een zeer florissant bedrijf zou worden. Hoewel zijn muzikale carrière daar in de eerste helft van de jaren zestig nauwelijks onder te lijden had. Schoepen heeft na de opening van Bobbejaanland, in december '61, nog zes keer op nummer 1 gestaan, ook in Duitsland en Oostenrijk, en meegespeeld in drie films, De ordonnans en twee Duitse producties. Maar uiteindelijk besloot Bobbejaan om zich volledig aan de verdere uitbouw van het pretpark te wijden en zijn muzikale activiteiten te beperken tot de dagelijkse shows. 'Bob was moe van het reizen', zegt Josée Jongen, die in hetzelfde gezegende jaar 1961 in het huwelijk trad met Bobbejaan Schoepen. 'Van zijn achttien jaar onderweg, getoerd in 22 landen: hij had er gewoon genoeg van.' 'Maar hier was het nog erger', reageert Bobbejaan. 'Vijf shows per dag, soms zeven. Daar kwam heel veel volk op af, zeker in die glorieperiode. De mensen konden mij alleen hier nog zien optreden. En dan daarna nog handjes geven, handtekeningen uitdelen, een toerke maken in mijn Pontiac Bonneville, samen met Louis Neefs, Rocco Granata, Liliane Saint-Pierre of andere gastzangers die hier in de loop der jaren gepasseerd zijn. Dat is allemaal veranderd toen de attracties er kwamen. Je begint met een draaimolen en een reuzenrad, en vanaf dan moet je blijven kopen en vernieuwen. De bezoekers verwachtten ieder seizoen minstens één nieuwe attractie.' Zo werd de zingende cowboy een zakenman met een cowboyhoed. Bobbejaan Schoepen is tot 2000 wel altijd zijn wild west show blijven opvoeren, maar stopte toch vooral tijd en energie in het beheer, het onderhoud en de uitbreiding van Bobbejaanland.



Zelfstandigen

Het is geen toeval dat de plannen voor een nieuwe plaat van Bobbejaan Schoepen in een stroomversnelling zijn gekomen na de verkoop van Bobbejaanland aan de Spaanse groep Parques Reunidos in 2004. Het eerherstel was al eerder ingezet, met het huldebetoon van Daan in 1999 (zie kader), maar toen had de familie Schoepen nog de handen vol met het pretpark. De oudste twee broers, Jacky en Bob, hun jongere zus Peggy, hun moeder Josée en tante Louisa: allemaal werkten ze in Bobbejaanland, van het ochtendkrieken tot de avondschemering, zoals het ambitieuze zelfstandige ondernemers betaamt. Vader Schoepen was koning in zijn eigen land. In weerwil van zijn gezondheidsproblemen reed hij met zijn golfkarretje nog altijd dagelijks door het park om een oogje in het zeil te houden. 'In de Bobbejaanlandperiode hadden we dit project nooit kunnen verwezenlijken', zegt Tom Schoepen, de jongste zoon en vroeger de grote afwezige in het pretpark, nu de drijvende kracht achter de rehabilitatie van zijn vader. 'Toen werd de artiest Bobbejaan Schoepen gedomineerd door de zakenman. Het ging eigenlijk gewoon om een verschuiving van het succesverhaal. We mogen mijn vader niet afrekenen op het feit dat hij zakelijk goed geboerd heeft. Neem welke artiest ook, drop hem in een bedrijf met enkele honderden personeelsleden en er zal na vijf jaar niet veel artisticiteit meer overblijven. In dergelijke omstandigheden wordt iedereen een rariteit.' Een rariteit, een curiosum, een overlever uit het tijdperk van bonte avonden en ander uitbundig volksvertier: dat was Bobbejaan Schoepen inderdaad geworden, of tenminste: dat was zijn publieke imago. Tom Schoepen heeft het jarenlang met lede ogen aangezien. 'Ik heb mijn vader altijd erg bewonderd. Als kind zong ik al zijn liedjes mee en het deed me pijn dat zijn muzikale erfenis in de jaren tachtig en negentig zo'n beetje geridiculiseerd werd. Het album dat we nu gemaakt hebben, is wat mij betreft geen comeback, maar een vorm van culturele weerwraak. Niet alleen van de zanger Bobbejaan Schoepen, maar ook van de fluiter en de jodelaar, twee disciplines die in bepaalde kringen echt wel hoog worden ingeschat en die mijn vader geheel uit zichzelf ontwikkeld heeft, zonder grote Amerikaanse voorbeelden of zo. Ik heb vorig jaar een paar van die fluitnummers laten horen aan Toots Thielemans, en die sloeg steil achterover. Dat kan ik niet, zei hij.' 'De virtuositeit van mijn vader schuilt in de combinatie van parodie en muzikaal vakmanschap. Mijn vader is een verdienstelijke gitarist, als fluiter de wereldtop én een goede allround entertainer en imitator, een echte total performer dus. In elk geval onvergelijkbaar, in België en daarbuiten, en als je niet kunt vergelijken, kun je iemand ook niet naar waarde schatten. Vandaar dat folkloristische imago in de latere jaren. Er is nooit een tweede Bobbejaan gekomen.' Josée: 'Dat er weleens gelachen werd met Bob, heeft ons nooit gestoord. Sterker nog: we hoorden het niet. Wij waren gewoon hard aan het werk. De mensen zijn wel altijd blijven vragen wanneer Bob nog eens een nieuwe plaat zou maken, maar daar hadden wij geen tijd voor.'



Bobbejaan show in Bobbejaanland - © Wouters & Schoepen. 1983


Bewondering

Tot in 2004 dus, toen Bobbejaanland werd overgenomen en Tom Schoepen besloot om de muzikale erfenis van zijn vader in ere te herstellen. Hij herinnerde zich een ontmoeting met Firmin Michiels, de producer van Dead Man Ray (en een hele rist andere Belgische artiesten), die zijn bewondering voor Bobbejaan Schoepen toen niet onder stoelen of banken had gestoken. 'Ik was al lang een fan van Bobbejaan', zegt Michiels. 'Ik kende zijn repertoire en in 1974 ben ik hier een paar weken in Bobbejaanland geweest, als begeleider van een artiest van Barclay, de platenmaatschappij waar ik toen voor werkte. Ik vond die shows echt fantastisch en vroeg me op dat moment al af of ik Bobbejaan misschien ooit zelf naar de studio zou kunnen halen. Niet dat ik daar dertig jaar aan gedacht heb, maar toen ik de film De ordonnans zag en via Daan de familie had leren kennen, kreeg dat idee toch weer vorm. Bob is een paar jaar ziek geweest, maar in 2004 zijn we rond de tafel gaan zitten, Bob, Josée, Tom en ik, en we hebben samen het repertoire doorgenomen. Wat zouden we doen? Welke liedjes kwamen in aanmerking? Daarna is het redelijk snel gegaan. Muzikanten bij elkaar gezocht, ons geïnstalleerd in de studio hier in het huis, en in drie dagen alles opgenomen. De muzikanten pikten de nummers meteen op.' En Bobbejaan zelf? De stem van de oude cowboy klinkt broos en verweerd, een wereld van verschil met het krachtige geluid van weleer, ontdaan ook van alle krullen en frivoliteiten die hem als entertainer zo geliefd maakten. Maar het is ook de eerlijke, gelouterde stem van een oude raszanger. 'Bob is natuurlijk geen twintig meer', zegt Firmin Michiels, 'maar zingen verleer je niet. Een goede frasering is essentieel, en als je die vroeger al had, heb je die nu nog.' Tom Schoepen: 'We hebben deze plaat gemaakt met respect voor de vroege periode van mijn vader, toen alles nog in één keer werd opgenomen. Mijn vader wil een nummer wel drie keer inzingen - de derde opname is trouwens meestal de beste - maar vanaf de vierde keer vindt hij het ambetant. Dan is het voor hem een teken van onprofessioneel werken. We hebben het uiteindelijk toch een paar keer gedaan, mee door zijn gezondheidsproblemen, maar we merkten dat de ziel er vaak uit was. We zijn haast altijd teruggekeerd naar de eerste opnames.' Firmin: 'Ik woon zowat in de studio en ik kan je verzekeren dat bijna geen enkele artiest zo weinig stemopnames nodig heeft als Bob. De meeste artiesten zingen hun songs tussen de zeven en vijftien keer in, en dan compileren ze nog woord per woord de beste passages met Protools (het professionele muziekprogramma, nvdr). Wij hebben ook geen tuningmachine gebruikt om de stem bij te stellen. We hebben wel opgenomen met Protools, maar aan de stem is niets veranderd.' Tom: 'Het stemgeluid is zo eerlijk en natuurlijk dat het voor sommige mensen onverteerbaar zal zijn. De stem fluctueert, klinkt niet altijd even sterk, maar het is zoals het is, zoals ons ma altijd zegt. Zo zong en zingt Bobbejaan Schoepen.'

Geloofwaardigheid

Het doet allemaal wat denken aan Johnny Cash, en de manier waarop de Amerikaanse zanger in zijn laatste levensjaren geprofileerd werd. Ook een stem die alle fysieke kracht had verloren, maar o zo mooi en gevoelig. Het is een vergelijking die Firmin Michiels mateloos irriteert: 'Jullie zijn de journalisten, maar de hele opzet rond Bobbejaan Schoepen heeft absoluut niks met Johnny Cash te maken. Om te beginnen was Johnny Cash zestig jaar toen hij aan zijn American recordings begon, en 71 toen hij overleed. Bob wordt op 16 mei 83. Johnny Cash, dat was een stem met een gitaar. Heel minimalistisch. Wij hebben opnames gemaakt met een band: een drummer, twee gitaristen, een toetsenist en een bassist.' Tom: 'De plaat is ook op een heel spontane manier tot stand gekomen. Op een dag komt mijn pa de studio binnen, in zijn kamerjas, terwijl de band "In de schaduw van de mijn" zat in te oefenen. "Mag ik een beetje zingen?" Natuurlijk, zegt Dominique, de technicus, jij mag altijd zingen. De band speelde het nummer, maar veel trager dan het origineel. "Moet ik hierop zingen?" vroeg mijn pa. Hij gaf een hoger tempo aan en binnen vijf seconden nam hij heel de groep op sleeptouw. Zijn stem klonk nog wat getormenteerd door een operatie aan zijn tong, dat hoor je ook, maar we hebben het zo gelaten. We hebben er zelfs onze commentaren in de studio op laten staan.' Firmin: 'Veel mensen verklaarden mij gek toen ik aan dit project begon, maar ik heb er enorm veel plezier aan beleefd. Toen Bob vorig jaar kon optreden op Saint-Amour, wist ik dat ook de collateral damage van zijn kitscherige imago als jodelende fluiter beperkt zou blijven. Plots stond hij daar tussen Hugo Claus en andere literaire grootheden, wat hem op slag de nodige geloofwaardigheid opleverde. Ik had daar zelf zeker geen behoefte aan, maar het heeft wel geholpen.' Tom: 'Voor ons is het hele project nu al geslaagd, omdat er zoveel positieve energie en interactie is losgekomen. Het zijn zware jaren geweest, de verkoop van het park, de ziekte van mijn vader, maar we bleven intussen wel creatief bezig. De rest van de familie vroeg zich wel eens af of mijn vader het nog zou aankunnen, maar nu beseft iedereen dat die positieve spirit ook onze familie ten goede is gekomen.' 'Bobbejaan' ligt maandag in de winkel.



Bobbejaan Schoepen en Geike Arnaert (Hooverphonic)
“Le temps des cerises”, 20 april 2008.
© Bobbejaan Records/Dieter Belmans



De vrienden van Bobbejaan

Een gesprek met Bobbejaan Schoepen mondt vaak ongewild uit in een potje namedropping. Niet dat hij daar zelf zo veel mee op heeft. Bobbejaan is geen dweper, en de meeste artiesten die zijn pad kruisten (en die later internationale roem zouden verwerven), stonden nog aan het begin van hun carrière.

Django Reinhardt

De legendarische jazzgitarist maakte deel uit van de vierkoppige band die Bobbejaan begeleidde op zijn allereerste plaat, in 1948. Op de zware 78-toerenschijf staan vier liedjes: 'De jodelende fluiter', 'Koetje oe', 'Trappers van Alaska' en 'Geef mij de prairie'. De gitaar van Reinhardt is nog altijd in het bezit van de familie Schoepen. 'Zo zijn er maar zes in de wereld.' Tom Schoepen zou het instrument graag laten restaureren.

Jacques Brel

Stond in 1955 in het voorprogramma van Bobbejaan in de Ancienne Belgique in Brussel. 'Een toffe gast, we waren goed bevriend. We gingen 's avonds vaak iets drinken. Hij rookte wel te veel. Drie pakjes per dag. "Jacques, arrête ça" zei ik. "Je dois mourir de quelque chose", gromde hij. En zo is het ook gegaan. Jacques Brel was amper 18 jaar toe ik hem leerde kennen, hij had nog geen eigen nummers. Ik was in het begin ook niet echt onder de indruk van zijn talent. Maar ik zag wel dat hij iets bijzonders had. "Jij moet naar Parijs", heb ik tegen hem gezegd, en dat heeft hij gedaan. Een jaar later is hij doorgebroken.'

Toots Thielemans

Zat in dezelfde show, als muzikant van Bobbejaan. 'Ik heb gezegd dat hij daar weg moest. Hij was veel te goed, de mensen begrepen niet wat hij speelde.'

Elvis Presley

Bobbejaan Schoepen was de eerste en wellicht enige Vlaamse artiest die Elvis ooit persoonlijk ontmoet heeft. In 1957 nam hij in New York vier nummers op met The Jordanaires, de begeleidingsband van Presley. 'Elvis liep daar ook rond. We hebben nog samen een koffietje gedronken en iets gegeten, heel gezellig allemaal. Elvis zei mister tegen mij. Hij was op dat moment alleen nog maar bekend in Nashville en omstreken, dus voor mij betekende die ontmoeting niet zoveel. Zijn muziek klonk ook niet echt nieuw, vond ik. Ik zong in feite al zo, maar dan wel in mijn eigen stijl, met veel jodelen en fluiten. Ik heb in die tijd nog een plaatje opgenomen met de titel 'Rock-'n-roll mops'. (zingt zacht) En met een spiegelei/ Rock'n'roll mops/ En daar saucissen bij. Dat soort onzin. Meer country dan rock-'n-roll toch wel. Ik had een echte steelguitar en imiteerde allerhande dieren en geluiden om de liedjes plezanter te maken. Elvis had dat allemaal niet nodig. Hij had iets heel aparts in zijn stem. Hoewel ik Roy Orbison als zanger minstens even hoog inschat. En Johnny Cash: ook een fantastische zanger.'

Richard Anthony

De Franse zanger scoorde in 1965 een hit met 'Je me suis souvent demandé', volgens Tom Schoepen misschien wel het beste nummer dat zijn vader ooit geschreven heeft. 'Pure wereldklasse.' De Spaanse versie van het liedje kende succes tot in Argentinië.

Will Tura

Stond voor het eerst op de planken bij Bobbejaan Schoepen.

Caterina Valente

De Duitse zangeres bracht in Italië een cover uit van 'Schaduw van de mijn' uit onder de titel 'Amici miei'. In 1955 ging Bobbejaan samen met haar op tournee door Duitsland.

Tex Williams

De grondlegger van de swingcountry heeft een versie gemaakt van Schoepens 'Fire and blisters'. Williams en Schoepen hebben het nummer samen live gebracht in Los Angeles, in 1978.

Jimmy Frey

Bracht zijn eerste hit 'Ik geloof' uit op het toen (1967) pas opgerichte label Bobbejaan Records.

Daan (Stuyven)

Bewerkte met zijn groep Dead Man Ray en Rudy Trouvé de soundtrack van De ordonnans, een film uit 1962 die in 1999 aan de grondslag lag van de huidige Bobbejaan-revival. Daan werkte ook mee aan het nieuwe album van Bobbejaan Schoepen.

Axelle Red en Geike Arnaert

Zingen beiden een duet met Bobbejaan op de nieuwe cd.



© 2008 Corelio
Publicatie: De Standaard
Publicatiedatum: 10 mei 2008

Bobbejaan Schoepen is bij het brede publiek gekend als de oprichter van ‘Bobbejaanland’. Samen met zijn echtgenote Josée bouwde hij het familiepark uit tot een internationale trekpleister. Maar Schoepen was ook muzikant, auteur-componist, zanger...



Op 9 juni vindt op het plein aan de Bibliotheek en het Ontmoetingscentrum van Lichtaart de 8ste Bobbejaan Memorial plaats. Dit jaar wordt de Memorial gecombineerd met een inhulding van een kunstwerk ter ere van Bobbejaan. Het programma vindt u...