BOBBEJAAN UPDATES

Muzikant, Auteur, Componist, Zanger en Entertainer, Stichter en bezieler van Bobbejaanland

De ondergang van meli, de nestor onder de pretparken

11/09/1999

De schipbreuk van de bijen

Vandaag is Bobbejaanland het enige overgebleven familiebedrijf van betekenis in de Belgische pretparkenbusiness'Een vijfentachtigjarige aan het hoofd van een pretpark in een wereld waar veranderingen zo snel gaan dat zelfs de jeugd het niet bij kan houden, dat werkt niet. En dat was aan het park te zien''In de jaren zeventig liepen de mensen hier nog rond op hun paasbest. Als er dan een druppel op hun zondagse pak viel, waren de mensen vreselijk gechoqueerd. Ik weet nog hoe mijn moeder en mijn zus hier soms uren stonden te strijken om de vlekken uit al die zondagse jassen te krijgen'

Het was bijna bloedverwantschap. Alles wat er in het pretpark te zien was, had de familie zelf gebouwd, ontworpen, gewikt en gewogen tijdens het avondeten. Het treintje dat door het Meli-park tufte, de polyester-bijtjes die dansten boven het water, het doolhof. Uren discussieerden ze in de ouderlijke villa van de familie Florizoone over de vorm van de vuilnisbakken, de aankoop van een vliegend tapijt, het aantal vogels in de volière. Het was vader die uiteindelijk besliste, zoals altijd. Op 4 oktober komt een definitief einde aan Meli, de softie onder de pretparken, in Adinkerke aan zee. De West-Vlaamse koppigheid van een vijfentachtigjarige imker, hoge schuldenlasten, onderlinge familietwisten en de concurrentie met de American way of thinking deden het park de das om.

'In ons hart wisten we het allemaal al lang', zucht Roland Florizoone, de derde zoon van de Meli-familie, die de personeelszaken in het familiepark bestierde. "Elk jaar maakte het park verlies en moesten we in oktober weer geld uit onze eigen zak bijeenschrapen om het gat te dichten. Ons ma was het beu. Was er weer een bijtje waarvan de vleugeltjes het niet meer deden of een stuk van het vliegend tapijt dat afbrokkelde, hup, dan kon je weer ergens een paar miljoen frank vandaan toveren. De lapjes grond die we hier en daar in de streek nog bezaten, hadden we allemaal verkocht. We dreigden elk seizoen met het hele schip te zinken, en dan zou de honingfabriek, die wel nog winstgevend was, mee in de val gesleurd worden. Maar verkopen? Nee, dat doe je niet zomaar. Je bent met dat park vergroeid, je kent er elk grassprietje. En wat zouden de mensen in de streek zeggen? Vorig seizoen was een natte zomer een afknapper voor het park. De banken deden extra moeilijk. Dat heeft bij ons voor de eerste mentale klik gezorgd, het besef van: we kunnen dit niet langer in de familie houden. Toen de bank zei dat we het park alleen nog maar konden redden door ons eigen huis te laten hypothekeren, wisten we: dit is gevaarlijk spel. Nog één ongeluk en de familie stond op straat."

Op 4 oktober valt het doek over het Meli-park aan zee, de nestor onder de pretparken. Meli, dat twee generaties lang in handen was van de West-Vlaamse familie Florizoone, wordt op die dag overgedragen aan Studio 100, het productiebedrijf achter Samson en Gert en Kabouter Plop en de Vlaamse Mediamaatschappij (VMM), de eigenaar van VTM. Het park krijgt een andere naam, de Meli-bijtjes verdwijnen en geven de fakkel door aan een televisiehond en een kabouter. Daarmee komt een einde aan de uit de kluiten gewassen speeltuin aan zee waar duizenden Vlaamse en Franse kinderen op schoolreis leerden waar de honing vandaan kwam en wie de bijenkoningin was. Alleen de honingfabriek van Meli blijft voortbestaan in handen van de familie Florizoone.

"Ons ma had het uiteindelijk nog moeilijker met het afscheid dan de kinderen, tot mijn verbazing", zegt Roland Florizoone. We lopen door het sprookjesbos, dat er al staat van in 1954, toen het Meli-park zich nog beperkte tot een zondagse uitstap van mensen die te voet van Veurne en De Panne kwamen voor een wafel of een pot honing. Tussen het dichte groene struikgewas staan de huisjes van de Schone Slaapster, Ali Baba en de veertig rovers, de rattenvanger van Hamelen. Het is van een bijna ontroerende eenvoud, al zien sommige poppen eruit alsof ze aan ouderdomskwalen lijden en werd de linkerhand van de burgemeester van Hamelen al een tijdje geleden geamputeerd. Kinderen klauteren op een reus die tegen een boom ligt te snurken. Wat verder ligt het charmante maar lege dorp van paddestoelenhuisjes, waar volgend jaar misschien kabouter Plop zal rondhuppelen. "Het zal een raar gevoel zijn na 4 oktober, als we er niet meer bijhoren", zegt de derde zoon melancholisch. "Het personeel is een beetje bang hoe het zal worden, met de nieuwe eigenaars... Ze hebben een groot afscheidsfeest gepland." Boven onze hoofden klinkt een hoge schelle lach van een heks die op haar bezemsteel - aan een zwarte kabel - door de lucht zoeft. "Hoor, de lach van onze directiesecretaresse, die zal ook wel verdwijnen", wijst hij naar boven. "Niemand kon schateren zoals zij. De dag dat we een geluidsopname nodig hadden van een pittige heksenlach hebben we haar voor de microfoon gezet, een paar glaasjes uitgeschonken, en dat mens maar lachen! Mensen, wat een plezier hadden we toen..."

Wat dezer dagen in het Meli-park aan de kust gebeurt, speelde zich twee jaar geleden ook al 50 kilometer landinwaarts af, in Ieper, waar Luc Florizoone - neef van de Meli-Florizoones - definitief afscheid nam van 'zijn' Bellewaerde-park. Ook hij moest zich losscheuren van de creatie waar zijn vader mee was begonnen en die door twee generaties van hard labeur en gezond boerenverstand uitgroeide tot een succesverhaal dat hen boven het hoofd groeide. "De lol was er toch af", zegt Luc Florizoone gelaten. "Het moet nu allemaal op zijn Amerikaans, hé. Harde cijfers, rapporten over rendement, efficiëntie, kraaknette parken, dure attracties. Neem nu de roller coaster, zo'n trein waarmee je over de kop gaat, dat kost rond de 200 miljoen frank. Bij Bobbejaan hebben ze een overdekte, die tegen de 250 miljoen aanloopt. Elk seizoen moet je weer een nieuwe attractie binnenhalen, de grootste, de hipste, de gesofistikeerdste. In zo'n business ben je als kleine familie een vogel voor de kat." Bellewaerde is vandaag eigendom van de Amerikaanse megapretparkengroep Premier Parks. Hetzelfde lot viel vorig jaar ook te beurt aan Eddy Meeùs, de stichter van Walibi. De oud-koloniaal die in Kongo lange tijd de 'koning van de kinine' werd genoemd vanwege de honderden hectaren plantages die hij bezat, keerde in de jaren zeventig berooid terug naar België. In 1975 kreeg hij het destijds als waanzinnig opgevatte idee om een telegeleide waterskimachine te bouwen boven een grote vijver in de Dijlevallei. Ook Walibi zag zich in maart 1998 genoodzaakt om zich over te geven aan de Amerikaanse holding Premier Parks, die in totaal 35 pretparken over de hele wereld bezit. Alleen Bobbejaan Schoepen met zijn Bobbejaanland in Lichtaart houdt dapper stand als familiebedrijf, al duiken er telkens als het een paar dagen regent geruchten op dat het pretpark te koop staat.

Het was begonnen met een bijenkast op een aardappelveld in Adinkerke. Alberic Florizoone, een boerenzoon uit Wulpen, was als kind al bezeten van bijen. Hij was geboren in 1907 als vijfde zoon in een reeks van twintig kinderen, van wie er vijftien in leven bleven. Vader Alidoor, die de kost verdiende met boeren, vond de softe bijenbedoening van zijn zoon maar niks - het graan diende geoogst en de koeien gemolken -, maar de eigengereide Alberic moest en zou imker worden. Eén van de veertien andere kinderen was zijn jongere halfbroer Albert. Albert was een kind van een andere moeder, en stiller en ingetogener dan Alberic, die van kleinsaf had geleerd om zich uit heikele situaties te redden met een kwinkslag. Dat de ernstige Albert en de schalkse Alberic later concurrenten zouden worden als pioniers in de pretparkbusiness besefte toen geen van beiden.

"Net voor de oorlog reed mijn vader Alberic elke week met de fiets naar de markt van Veurne om er zijn honing te verkopen", vertelt Meli-zoon Roland. "Toen kocht hij in Adinkerke aan zee een aardappelveld en nodigde de mensen uit om naar zijn doorzichtige bijenkast te komen kijken." Daar, in een inderhaast opgetrokken cafeetje, begon Alberic met zijn 'honinggebonden activiteiten'. De welbespraakte imker gaf voordrachten over de wondere wereld van de bijen, liet zich voor de ogen van zijn verschrikte toehoorders door de insecten steken en vertelde tussendoor de ene mop na de andere. "Die oogstten zoveel bijval dat de mensen gewoon niet naar huis wilden", vertelt zoon Roland. "En dus werd er een draaimolentje voor de kinderen bij gezet, en een beer die Teddy heette en in een veel te kleine kooi zat." Er kwam nog een doolhof bij en een sprookjesbos. Meli, een letterwisseling met het Franse miel, was geboren.

Terwijl Alberic in Adinkerke zijn bezoekers honing leerde eten, bouwde zijn halfbroer Albert in zijn tuin aan de rand van Poperinge een grote volière waarin hij vreemde vogels kweekte. "Toen het huis onteigend werd, heeft hij dat domein in Bellewaerde bij Ieper gekocht en een nog grotere volière gebouwd", vertelt zijn zoon, Luc Florizoone. "Er kwamen struisvogels bij, lama's, apen, giraffen, antilopes en kangoeroes." De voorloper van het Bellewaerde-park begon stilaan te lijken op een van de Afrikaanse safariparken die in die periode in zwang raakten bij de bourgeoisie. Bellewaerde zou een safaripark dichtbij huis voor de gewone werkmens worden. "Het eerste treintje dat de bezoekers hier door het park reed, hebben we op de kop getikt bij een steenbakker die failliet ging", vertelt Luc Florizoone, die van bij het begin nauw betrokken was bij de uitbouw ervan. "De raampjes van de trein hadden we uit een stel afgedankte autobussen gehaald. We zijn hier begonnen met bijna niets. De duurste investering was de omheining voor de leeuwen en tijgers. We waren dag en nacht in de weer. Toen ik in het park ging werken, ben ik bijna al mijn vrienden verloren."

Met de invoering van de betaalde vakantie kwam niet alleen het kusttoerisme in de jaren vijftig op gang, maar ontstonden her en der in West-Europa regionale ontspanningsoorden, uitgebaat door families die met een of andere hobby of met een gek idee in het water waren gesprongen. In het Kempense Lichtaart kocht een zingende cowboy in 1958 het Aa-broek, een stuk moeras dat later Bobbejaanland zou worden. Amerika kende de traditie van de vaste kermissen: een hoop draai- en schommelmolens die op een pier bijeenstonden op een betonnen plaat, vuil en zonder enige franje. Het was Walt Disney die de business wakker schudde. In 1956 opende hij in Californië zijn park rond Mickey Mouse, waar de attracties tussen veel groen, bloemen en lieflijke tekenfilmfiguurtjes stonden. Op de kraaknette wandelpaden was geen papiertje te vinden. Luc Florizoone, die voortdurend buitenlandse amusementsparken bezocht ter inspiratie, kwam op een dag thuis in Bellewaerde van een bezoek aan Disney en zei: 'Pa, het zijn attracties die we nodig hebben.'

"Met de allereerste attractie, de jungle, stond het park hier bijna op zijn kop", herinnert hij zich nog. "Het was dan nog maar een halfslachtige attractie, met watervalletjes en bootjes en een kleine zoo. Je kunt het je misschien moeilijk voorstellen, maar in de jaren zeventig liepen de mensen hier nog rond op hun paasbest, en die watervalletjes konden weleens spatten. Als er dan een druppel op hun zondagse pak viel, waren de mensen vreselijk gechoqueerd. Ik weet nog hoe mijn moeder en mijn zus hier soms uren stonden te strijken in de keuken om de vlekken uit al die zondagse jassen te krijgen (lacht). En nu staan ze in de Niagara vooraan te drummen om een gulp water over zich heen te krijgen. Wie niet drijfnat is, is niet tevreden." In 1979 haalde Bellewaerde de eerste wildwaterbaan in huis via een leasing. "Het was duidelijk dat de toekomst daar lag", zegt Luc Florizoone. "Dat jaar kregen we 62 procent meer bezoekers. Zonder zondags pak."

Op dat ogenblik moest de bezoeker zich in Meli bij oom Alberic nog steeds vermaken met een sprookjesbos, het vogelpark, een papegaaienshow en een dansende fontein. "Alberic hield niet van attracties. 'Dat ze hun ijzerwinkel maar houden', mompelde hij dan. Hij dacht dat de mensen nog steeds kwamen voor de bloemetjes en de bijtjes en de vogeltjes", mijmert Luc Florizoone. "Zijn tweede zoon, Robert, was gek op glij- en zwiertoestanden en wilde mee op de trein van de attracties springen. Ik zag hem af en toe op de vergaderingen van de Vereniging van Belgische attractieparken en hoor hem nog altijd hardop dromen van een klein loopinkje of een vallend torentje... 'Maar 't is geen avance', zuchtte hij dan. 'Onze pa wil niet."

Al die jaren was het succes van de 'honinggebonden activiteiten' in Adinkerke gestaag gestegen. Het bijtje van Meli werd herkend door jong en oud, families uit Frankrijk wipten de grens over, de honing werd in heel Vlaanderen op de boterhammen gesmeerd. Toen viel Meli stil, ergens eind de jaren zeventig. Vanaf het begin van de jaren tachtig begon de neergang. Hoe visionair de imker in 1935 ook was toen hij de basis legde voor het allereerste pretpark in België, het was duidelijk dat het softe, bestofte imago van het park aan een nieuw kleedje toe was.

Dat was minder simpel dan het leek. Alberic Florizoone was een stevige eik waarvan het dichte bladerdak weinig zonlicht doorliet voor de vier kinderen die opgroeiden in de ouderlijke villa achter het Meli-park. Aan zijn zijde stond zijn kordate vrouw Marthe, die aan de kassa stond en de zakelijke belangen beheerde. "Zolang de vader leefde, hebben de kinderen nooit wat te zeggen gehad", vertelt neef Luc Florizoone. "Ze mochten dan brainstormen over nieuwe ideeën. Na enkele uren kwam de vader binnen om te vragen wat er beslist was. 'Ha, we gaan het zo en zo doen.' 'Niks van', veegde de vader dat dan in één keer van tafel. 'Zo zal het zijn en niet anders.' Tja, hij was de baas."

Zo ging het er overigens in de meeste familiebedrijven die de Belgische pretparken waren aan toe. In het begin van de jaren tachtig staken de patres familias de koppen bij elkaar en richtten een eigen orgaan op, Belgoparcs, de Vereniging van Belgische Pretparken. Een paar keer per jaar riep die haar leden samen: Bobbejaan Schoepen (Bobbejaanland), Eddy Meeùs (Walibi), Luc Florizoone, die het roer van zijn inmiddels overleden vader Albert had overgenomen (Bellewaerde), en zijn neef Robert Florizoone (Meli). Er was nog een vijfde, halfslachtig lid, van de Watervallen van Coo, maar die liet het na twee vergaderingen afweten. De bedoeling was overleg te plegen over de technische aanpak van de droommachines voor het voorkomen van ongelukken en over de toekomst van de sector. "Dat klinkt wel serieus, maar eigenlijk was het een vrolijke bende", lacht Luc Florizoone. "Een vergadering van een uurtje eindigde altijd op restaurant. Met Bobbejaan was het altijd lachen geblazen. Wij waren dan wel zogezegd concurrenten, maar het was op die momenten dat afspraken werden gemaakt om de vrouwtjeszebra van hier te laten dekken in het park verderop, waar het mannetje stond, en de kroost te verdelen. Af en toe waren er natuurlijk wel wrijvingen, bijvoorbeeld als onze verkoopploeg die van Meli tegen het lijf liep bij een school of een fabriek en ze met elkaar op de vuist gingen. Dan belde ik even naar Alberic om te zeggen dat hij zijn mannen kalm moest houden, of hij belde naar mij."

Nicole, de enige Meli-dochter, vond het niet zo erg dat haar vader haar liever niet bij het beleid van het park wilde betrekken. Zij had haar handen vol met haar gezin en haar schoonheidssalon. Anders lag het bij de drie broers, die vochten voor een plaatsje in het management. Robert, de gedreven man van de attracties, die bekommerd was om de kwaliteit van het park maar zich verloor in details. Roland, de bon-vivant die het tot schepen van De Panne had geschopt en zich voortdurend afvroeg wat zijn kiezers ervan zouden denken. En de oudste zoon Guy, de verstandigste en sluwste van de vier, die een bedrijfje in speelautomaten had, maar liever Meli in zijn eentje wilde besturen. "Vier kinderen met een eigen agenda, maar ze hadden één punt gemeen: de visie op een pretpark ontbrak", zegt een insider. Toen vader Florizoone hen uiteindelijk deeltaken toewees - volgens het bekende principe van verdeel en heers - begonnen de kinderen van alle kanten aan het zeil te trekken. "Als je een autorit wil maken en de een wil naar Hamburg en de ander naar Lourdes, dan kun je er zeker van zijn dat je wagen niet zal vertrekken", vat Luc Florizoone de verlammende situatie samen.

Terwijl de collega's in het zog van de Amerikaanse en Duitse pretparken op zoek gingen naar steeds opwindender attracties, zich door stroomstoringen en andere kinderziekten van de nieuwe pretparkentrend worstelend, werd in Meli op emotionele vergaderingen gedebatteerd over het aantal vogels in de volière. Andere geliefkoosde onderwerpen waren het al dan niet asfalteren van het parkeerterrein of het verleggen van de ingang, drie meter naar achteren: 'Ik zeg u, laat het zoals het is, het heeft vroeger ook altijd gewerkt.' - 'Nee nee, dit is beter, ik heb het gezien in een park in Duitsland.' Later, na de dood van de vader, zouden de kinderen dit soort uitzichtloze discussies oplossen met een stemming. Was het vier tegen één, dan werd er niet meer getwijfeld. Bij een 3-2-stand werd de hele kwestie nog eens opnieuw bekeken. Strategie was niet meteen de sterkste zijde van de Florizoones. De familie zag ergens te velde een leuke attractie staan en zei: 'Hé, dat willen we ook.'

Tot aan het einde van zijn dagen bleef vader Florizoone de touwtjes van het Meli-park stevig in handen houden. "Een vijfentachtigjarige in een wereld waar veranderingen zo snel gaan dat zelfs de jeugd het niet bij kan houden, dat kon niet goed gaan", zegt een manager uit de pretparkbusiness-nieuwe stijl. "Het gebrek aan professioneel management was trouwens een probleem voor al die familiebedrijven, die plots moesten meedraaien in een miljardenbusiness. De invoering van investeringsplannen deed zo'n bedrijf daveren op zijn grondvesten. Marketingrapporten over wie hun bezoekers precies waren, wat ze aten of welke nationaliteit ze hadden, dat vonden ze tijdverlies. De mentaliteit van die familiebedrijven was dat ze even met de kassa schudden en dan keken of er meer guldens of Belgische franken boven lagen."

Toen de oude imker in 1992 stierf, liet hij een erfenis achter die de familie Florizoone veel aanzien gaf in de Westhoek maar gebouwd was op een financiële puinhoop. Alberic, die een groot hart had, had zich jarenlang in de streek gedragen als een sociale patriarch. Een personeelslid dat nog een werkloze broer of een buur had, werd door de baas goedmoedig op de schouder geklopt: 'Hij kan hier de tuin komen doen.'

"Na zijn dood heeft dat tot enkele pijnlijke situaties geleid", vertelt zijn zoon Roland. "Meli moest dringend gesaneerd worden, maar snoeien in de personeelskosten was moeilijk omdat wij al die families kenden. Als wij iemand ontsloegen, kregen we de hele familie op ons dak. Dus bleef iedereen er maar werken. Toen hier in de jaren negentig enkele externe managers werden aangetrokken om orde op zaken te stellen, hebben ze er met de grove bijl in gehakt. Het was nodig, dat wel."

"Het zou bij mij geen waar geweest zijn", zegt de inmiddels 73-jarige Bobbejaan Schoepen in Lichtaart. "Alberic was veel te sociaal. Bij mij hadden die klaplopers al lang buiten gelegen." Bobbejaan Schoepen bouwde zijn pretimperium rond een moeras in een Kempens bos in Lichtaart, waar hij in een zaaltje optrad en waar duizenden Antwerpenaren achteraf een frisse duik namen in de aangelegde vijver met een wit strand. Vandaag is Bobbejaanland het enige overgebleven familiebedrijf van betekenis in de Belgische pretparkenbusiness, met een attractie-aanbod dat kan concurreren met enkele andere Europese topparken. Bobbejaan moest een paar maanden geleden zijn zoon Jacky intomen, toen die naar de krant stapte om aan te kondigen dat het pretpark te koop stond - waarop Bobbejaan dat prompt in alle talen ontkende. "Onze Jacky was die dag een beetje moe, en toen heeft hij die krant gebeld", sist Bobbejaan. "Ik zeg: 'Kieken, gij zijt hier de baas niet.' Bobbejaanland staat niet te koop... tenzij ik een héél goed bod krijg."

Dat Bobbejaan over een iets hogere dosis zakelijk inzicht beschikte dan zijn collega uit Adinkerke bleek al van in de eerste dagen. Tijdens de shows van de jodelende cowboy werd om het kwartier een mededeling door de microfoon afgeroepen: 'Een nieuwe consumptie is verplichtend', waarop de mannen blijgemoed een nieuwe pint bestelden. Hun vrouwen gingen op het einde van de dag naar huis met een handtas vol repen chocola. Ook daar zat Meli op een andere golflengte. "Hun grootste fout was dat ze te veel aan prijsdumping begonnen te doen", meent Luc Florizoone. "Op de duur gaven ze een vrijkaart voor het pretpark als je een paar potten honing kocht. Dan toon je geen respect meer voor je product." Volgens Bobbejaan Schoepen lag het vooral aan de grootte. "Wij zijn één keer bij de Meli op bezoek geweest", vertelt Schoepen. "Wij reden voorbij de ouderlijke villa en oeps... Ik zeg tegen mijn vrouw: 'Ge zijt al te ver, de Meli ligt al achter ons.' Dat ding was nauwelijks 70 meter lang." Ook de ligging aan zee was verre van ideaal, omdat het marktbereik zich noodgedwongen beperkte tot het achterland van de kust.

Het was een vicieuze cirkel. Meli had te weinig kapitaal om echte publiekslokkers aan te kopen, waardoor er minder volk kwam. Omdat er minder bezoekers kwamen, rolde er minder geld binnen. Roland Florizoone: "Toch was die hele discussie over attracties niet zo simpel, hoor. We hebben hier jarenlang exit-polls gedaan waarbij we aan de kinderen vroegen wat ze het leukst vonden in Meli. Dan kreeg je antwoorden als: 'De geitjes eten geven.' Of: 'Janneke Maan in het sprookjesbos.' Bij de klachten kregen we opmerkingen als: 'De reus stond stil. Hij liep niet.' Je zit dan over attracties van tientallen miljoenen te vergaderen en dan zegt zo'n kind: 'Janneke Maan en de geitjes'."

Meli ondernam nog enkele jaren verwoede pogingen om de achterstand op het publiek van de jaren negentig in te halen. Externe managers, onder meer kmo-professor Rik Donckels, werden aangetrokken om de bedrijfssituatie te saneren. Na een jaar, toen de onpopulaire maatregelen waren getroffen, keerde de familie weer aan het roer. Een van de eerste maatregelen die ze troffen, was het omhakken van de hoge populieren die vader destijds had geplant in het park. Die namen te veel zonlicht weg van de nieuw aangekochte attracties.

Ondanks de zwakke heropleving zag elke buitenstaander toen al met gesloten ogen dat Meli een zinkend schip zou blijven. De komst van grote Amerikaanse groepen als Warner en Disney naar Europa en de noodzaak tot schaalvergroting had het pretparkenlandschap in België helemaal hertekend. Het beursgenoteerde Walibi, dat in 1990 Bellewaerde had overgenomen, werd in 1998 opgeslorpt door de Amerikaanse Premier Parks. Alleen maar attracties aankopen was ook niet de juiste oplossing gebleken voor de financieel verzwakte families. "Dat is nu net onze sterkte", zegt executive president Dan Aylward van de Amerikaanse groep Premier Parks, de derde grootste groep van regionale pretparken ter wereld. "Wij hebben genoeg kapitaal om elk jaar te investeren in nieuwe infrastructuur en er tegelijk voor te zorgen dat het personeel blijft lachen. Dit is nog altijd een people's business."

De Meli-Florizoones deden uiteindelijk nog twee jaar over het loslaten van hun park, van het aanzien in de streek, van het loslaten van een werkstuk waar ze hun ziel hadden in gelegd, en van de macht. De macht om te beslissen waar precies de ingang van het park zou komen. De macht om te zeggen: 'Hij kan hier de tuin komen doen.'

Belgoparcs, de ooit zo plezante Vereniging van Belgische Pretparken, is vandaag nog slechts de schim van zichzelf. De twee Florizoones vertrokken, Meeùs werd voor Walibi vervangen door de Amerikaan Dan Aylward van Premier Parks. De voertaal in het clubje is nu Engels. Binnenkort heeft de Amerikaan als enige gesprekspartner nog Bobbejaan.

De Morgen
Tekst Annemie bulté
11-09-1999

Bobbejaan Schoepen is bij het brede publiek gekend als de oprichter van ‘Bobbejaanland’. Samen met zijn echtgenote Josée bouwde hij het familiepark uit tot een internationale trekpleister. Maar Schoepen was ook muzikant, auteur-componist, zanger...



Op 9 juni vindt op het plein aan de Bibliotheek en het Ontmoetingscentrum van Lichtaart de 8ste Bobbejaan Memorial plaats. Dit jaar wordt de Memorial gecombineerd met een inhulding van een kunstwerk ter ere van Bobbejaan. Het programma vindt u...