BOBBEJAAN UPDATES

Muzikant, Auteur, Componist, Zanger en Entertainer, Stichter en bezieler van Bobbejaanland

Dollars en chocola

15/01/1999

Rijkdom? Als je uur geslagen is, moet je toch alles achterlaten

'Café zonder bier', 'Koetje Boe', 'Grijze haren', 'Duivenkot': allemaal hits uit grootmoeders tijd. Maar als Bobbejaan Schoepen zich in de jaren veertig of vijftig ergens op een podium vertoonde, bleef geen stoel onbezet. Later stampte hij het pretpark Bobbejaanland uit de grond en ook daar wist het publiek hem te vinden. Inmiddels is de jodelende cowboy 73 en dreigt hij pas echt hip te gaan worden. De Antwerpse rockgroep Dead Man Ray schrijft immers een nieuwe soundtrack bij een film waarin hij, vier decennia geleden, de hoofdrol speelde.

Een grote ijzeren poort vormt de grensovergang tussen Bobbejaanland en de rest van de wereld. Ik meld mij aan en mag er warempel in zonder visum. Bobbejaan Schoepen, die me als staatshoofd van dit rijk van plezier een audiëntie verleent, oogt wat bleekjes. De boosdoener, een zware griep die hem enkele dagen aan zijn bed gekluisterd hield, is duidelijk nog niet helemaal bedwongen. Maar tussen de hoestbuien door wil mijn gastheer wel wat kwijt over zijn leven en werk.

"Als jongetje van zes wilde ik eigenlijk coureur worden. Of pastoor, dat leek me ook wel wat. Maar die stiel is aan het slabakken, hè? De kerken lopen leeg: er komen geen klanten meer. Een teken des tijds, wellicht. Alles gaat in pieken en dalen. Maar naar beneden gaan we allemaal, niks aan te doen. En toch wil iedereen blijven leven."

Een zielenherder is Bobbejaan nooit geworden, want op zijn zeventiende, halverwege de oorlog, vond hij zijn ware roeping. "Het moet omstreeks 1940 zijn geweest toen ik klassieke gitaar begon te spelen. Mijn eerste instrument kostte tweehonderd frank en er zat een boekje bij, met vingerzettingen. Ik begon driftig akkoordjes te oefenen, maar besefte algauw: als ik vooruit wil komen, moet ik lessen nemen. Vaak speelde ik tot vier uur 's ochtends en moest ik, na drie uur slaap, al opstaan voor school. Later ben ik ook zang en stembeheersing gaan studeren. Ik heb zelfs een poosje academie gevolgd. Dat schilderen wilde me wel lukken. Was ik het blijven doen, dan had ik misschien...

"Maar ach, beroemd word je daar ook niet van. De echte groten, zoals Rubens, waren al lang dood hè. Die gingen niet lang mee. Zo'n Rubens, die ook diplomaat was, moest vaak op reis. Dat ging toen nog met een paardenkoets - vermoeiend én omslachtig. Je diende om de haverklap de paarden te vervangen en lap, daar brak alweer een wiel. Of als je onderweg tandpijn kreeg... (trekt pijnlijke grimas) Ze hadden toen nog geen aspirine of zo. En dat lawaai! Mensen klagen nu over geluidshinder, maar toen... Mijn vader was, net zoals mijn grootvader, hoefsmid in Boom. En als die paarden over de kasseien naar Antwerpen denderden - dat was een herrie waarbij horen en zien je verging. Daarmee vergeleken is een auto zo goed als geluidloos. Maar de mensen blijven maar zeuren. Nu is het te warm, dan weer te koud. Het is nooit goed."

Gaandeweg wordt duidelijk dat wie met Bobbejaan Schoepen op de praatstoel wil, niet beducht mag zijn voor onverwachte gedachtensprongen. Hadden zijn ouders er geen bezwaar tegen dat hij de smidse de rug toekeerde om zich op de amusementswereld te storten?

"O, ik had het ambacht wel onder de knie, hoor. Op mijn zevende stond ik al aan de blaasbalg. Niet omdat het moest, maar omdat ik het graag deed. Het beslaan van de paarden, de hoefijzers maken, alles gebeurde toen nog met de hand. Wel, in de vakschool kreeg ik voor praktijk het maximum aantal punten. Ik wist van aanpakken, ja. En nu moet ik verdorie al twee brillen dragen (lacht).

"Maar die muziek - mijn ouders vonden dat geen probleem. Ze drongen er wel op aan dat ik een beroep zou leren, iets om op terug te vallen, en dat deed ik ook. Ik heb een maand of zes op een grote scheepswerf gewerkt. Dat lag me wel. Alleen moest ik iedere ochtend om vijf uur uit de veren en dat was er te veel aan. Want intussen trad ik al op: vlak na de bevrijding speelde ik voor de Amerikaanse en Canadese soldaten in Duitsland. Ik sprak een mondje Engels en kende nogal wat countrysongs. Dingen als 'Home on the Range', die ik uit een boekje had geleerd. En die Amerikanen uit Texas vonden dat te gek; ze bedolven mij onder dollars en chocola. Ik was twintig, had mijn eigen show en reed rond in een gammele truck met een zeil erover. Comfortabel was het niet. Ik heb afgezien in die tijd. Maar ik wist: het wordt alles of niks, hè."

Schoepen, die eigenlijk Modeste heet, zong in het begin ook veel Zuid-Afrikaanse liedjes, type 'Bobbejaan beklim die berg'. En langzaam maar zeker werd het personage uit dat liedje zijn artistieke alter ego. Vandaag spreekt zelfs zijn eigen vrouw hem aan met Bobbejaan.

In naslagwerken wordt de zanger weleens de enige echte Vlaamse cowboy genoemd. Vanwaar die fascinatie voor het Wilde Westen? "Misschien had het iets met de smidse van mijn vader te maken. Zodra hij een boerenpaard had beslagen, was het mijn taak het thuis te brengen. Ik kon dus al heel vroeg paardrijden. Die cowboyhoed had ik al op mijn zestiende. En ik hield van country & westernliedjes, dus..."

Al pratend heeft Bobbejaan enkele stapels albums met foto's en andere memorabilia opgediept. Alles staat netjes genoteerd: de plaatsen waar hij ooit op het podium heeft gestaan, hoeveel de gage bedroeg en nog meer wetenswaardigheden. De drukke tourschema's geven in ieder geval aan dat de man moest wèrken voor de kost. "Zeg dat wel. En iedere cent die ik verdiende gaf ik aan mijn moeder. In die tijd ving ik al zeshonderd frank per dag, terwijl de doorsnee arbeider het met vijftig frank moest rooien. Maar dat geld interesseerde me niet: met 24 bezat ik zelf nog geen rooie duit."

Zijn eerste succesnummer heette 'De jodelende fluiter'. "Dat fluiten had ik van mijn vader. En dat jodelen? We hadden thuis een radio op batterijen en op een dag hoorde ik twee nogal vreemd zingende dames. Ik trachtte hen na te doen en het lukte. Maar ik heb zeker geen Zwitserse jodel; de mijne is lager. Ach, dat jodelen... In de bergen is dat gewoon een communicatiemiddel, zoals nu bij ons de telefoon. Het was een code, om een familielid te laten weten dat het eten klaar was. Of om vreemdelingen uit te schelden, zonder dat die er erg in hadden, haha."

Het succes kwam snel en zorgde ervoor dat Bobbejaan Schoepen een flink stuk van de wereld te zien kreeg. Niet zonder trots toont hij contracten voor een show op Broadway; een tournee door Belgisch-Congo; een foto waarop je hem in het gezelschap ziet van countryster Roy Acuff, met wie hij ooit samen optrad in de befaamde Grand Ole Opry in Nashville. Maar zijn eerste grote avontuur was een reis door Nederlands-Indië, aan het eind van de jaren veertig.

"Ik was gevraagd daar te gaan zingen voor de Hollandse strijdkrachten (die de onafhankelijkheidsstrijd in hun kolonie probeerden te onderdrukken, DS). Ik trad in die tijd vaak op in De Bonte Dinsdagavondtrein, een radioprogramma van de AVRO. Als dat werd uitgezonden, zag je geen kat op straat. Ik begon onderaan, maar drie weken later stond ik al als top of the bill geprogrammeerd, na grote vedetten als Ann Shelton en zo. Straf, hè? Maar door die populariteit in Nederland mocht ik dus naar Indonesië.

"Ik had er geen flauw idee van dat het land zich in een oorlogssituatie bevond en plots kwam ik daar tussen de Zwarte Panters terecht. Dat was even wennen. De bedoeling was dat ik er vijf shows per week zou geven, maar uiteindelijk werden het er drie per dag: 127 optredens in twee maanden. Het stof, de hitte, de kogels die ons om de oren floten - het was niet om te lachen. Op een bepaald moment zijn we zelfs op een landmijn gereden. Ach, ik kan je niet beschrijven wat ik daar heb meegemaakt: soldaten die van angst huilden als baby's. Want die Hollandse jongens wisten ook niet wat hen te wachten stond. Ze waren dienstplichtig: als ze niet vochten vlogen ze het gevang in. Maar goed, ik bleef zingen. Achteraf heb ik van de Nederlandse overheid zelfs een onderscheiding gekregen voor moed en zelfopoffering. Ze hangt nu in mijn museum.

"De heenreis, die drie dagen duurde, hadden we per vliegtuig gemaakt. Toen ons werk erop zat zeiden mijn makkers: laten we met de boot terugkeren, da's leuker. Maar achteraf heb ik daar flink spijt van gehad. Drie weken onderweg! En ik was nog niet thuis of ik moest aan een nieuwe tournee door Vlaanderen beginnen. Later trok ik rond met mijn eigen circustent. Als we ergens kwamen, reed ik 's middags al te paard door het dorp om reclame te maken voor de show. Ik heb in die tijd serieuze afstanden afgelegd. De zomer van '59 is de heetste die ik ooit heb meegemaakt. Soms zat ik een hele dag in het zadel: 54 kilometer op de rug van een paard! Geloof me vrij jongen, dat waren geen plezierritjes."

Toch zijn veel van Bobbejaan Schoepens liedjes luchthartig en opgewekt van toon. "Ik was een optimistische natuur," zegt hij. "Maar ik heb ook zeer trieste nummers, hoor. Eigenlijk zing ik die het liefst. Alleen: als ik het doe, begin ik altijd te bleiten. 'Ik zie zo gère mijn duivenkot' vind ik nog altijd zeer schoon. Het is gemaakt door een Hollander, maar als je die tekst ontleedt, zul je me gelijk geven: da's het beste wat ooit in het Vlaams is gemaakt." En om zijn woorden kracht bij te zetten, zingt hij prompt het hele lied, terwijl hij met zijn vingers op de tafel het walsritme meetikt. "Prachtig toch?"

Maar Schoepen heeft ook zelf een imposante reeks teksten geschreven. Liedjes met diepgang, type 'Ik geloof' of 'Ik heb mij dikwijls afgevraagd'; nostalgische zoals 'Lichtjes van de Schelde' en levensliederen zoals 'Grijze haren', waar, de Duitse vertaling inbegrepen, meer dan vijf miljoen platen van werden verkocht. Wat vandaag slechts weinigen nog weten is dat hij ooit met grote namen als Joséphine Baker of Catharina Valente heeft gewerkt. En in de vroege jaren vijftig een eigen show had in de Brusselse Folies Bergères, waar hij artiesten uitnodigde als Toots Thielemans en Jacques Brel. "Maar Brel rookte te veel. Drie pakjes per dag, zware Bastos of Gauloises. Ik zei: 'Jacques, godverdoeme, arrête de fûmer. Je gaat eraan!' Maar dan haalde hij zijn schouders op. 'Bof, je vais bien mourir de quelque chose.' "Soms zong ik ook in het Brussels. ''k Zen meug', dat soort dingen. Mijn moeder was een rasechte Bruxelloise." Op een bepaald moment liet Bobbejaan zelfs een villa bouwen in Meise. "Een stommiteit, besefte ik achteraf. Maar in Boom werd het te klein: we sliepen er met zijn drieën in één bed. Je merkt: het is allemaal niet vanzelf gegaan."

Schoepen staat bekend als een harde werker. Tijdens het hoogseizoen geeft hij in Bobbejaanland soms vier shows per dag. Hij moet zijn bekendste liedjes inmiddels al duizenden keren hebben gezongen. Raakt hij ze nooit beu? "Zeker. Maar de mensen willen ze nu eenmaal horen. Dus stop ik ze in potpourrietjes, zodat ik ze maar even hoef aan te raken. Ik zing mijn hits ook in het Frans, het Duits, het Engels. Als je tien of twaalf verschillende nationaliteiten in je zaal hebt, kun je haast niet anders, hè? Maar ik speel al net zo graag ukelele, steelgitaar of harmonica. Want dat verstaat iedereen.

"Het gebeurt dat ik tegen mijn zin op het podium sta, maar al spelend krijg ik er meestal wel weer plezier in. Op andere keren breng ik er volstrekt niks van terecht. Tja, je kunt die dingen niet sturen. Ach, ik kan die optredens best missen. Sinds 18 oktober heb ik geen noot meer gezongen. En rust roest, hè? Ik zou wat meer stemoefeningen moeten doen. (Begint te jodelen.) Want nu staat alles nog in de kelder. (Wijst naar zijn keel:) Ik moet dit allemaal weer opwarmen en losgooien. Pfff, training is alles. Wanneer ik er weer aan begin? Als ik er zin in heb. Ik weet best dat ik gemist kan worden. Iedereen kan gemist worden. Want om eerlijk te zijn: van wie hierheen komt, is er minstens de helft die mij niet kent. Dan moet bomma zeggen: 'Da's Bobbejaan, die daar zingt.' Ha ja, iedere generatie heeft haar eigen helden.

"Af en toe probeer ik nog weleens een nieuw liedje te maken, maar halverwege blijf ik meestal steken. Ik vind de goeie pointe niet meer. En als het niet origineel is, heeft het geen zin. Ik kàn het nog wel, maar dan zou ik me voor honderd procent moeten concentreren. Ach, ik heb liedjes genoeg. En weet je, de dingen die ik tegenwoordig hoor, zou ik zelf niet eens durven te zingen. Ik herken daar niet veel meer in. Al kan het natuurlijk ook aan mij liggen. Aznavour, Herman Van Veen, dàt zijn nog eens grote artiesten. Of Django Reinhardt vroeger: slechts drie vingers, maar wat een gitarist!

"Zelf zing ik het best als ik goed geslapen heb. Je moet je voor duizend procent verzorgen om in vorm te blijven. Een voetballer kan al eens een pass geven, zich op de grond laten vallen, ook al mankeert hem niks. Maar een zanger moet er staan, ook als hij zich slecht voelt. Dus: veel slapen, rusten, nooit uitgaan. Wie voortdurend in cafés rondhangt, moet wel kapot. Whisky: bah! Dertig jaar geleden heb ik dat eens geprobeerd. Op het moment zelf doet het misschien wel deugd, maar al na een kwartier zakt je stem. Vraag het maar aan echt goeie zangers, zoals die bariton, José van Dam. Of Pavarotti. Zij zullen het zeker bevestigen."

'Café zonder bier' ligt dus al mijlenver achter hem? "Welnee, dat was een parodie."

Op de drempel van de jaren zestig speelde Bobbejaan Schoepen de hoofdrol in De ordonnans, een Vlaamse film van Charles Frank, over een liedjeszanger die niet aan de bak komt en zich, als proefkonijn, dan maar laat terugflitsen naar de dagen van Napoleon door een professor die een tijdmachine heeft uitgevonden. Van de film bestaat ook een Engelstalige versie, At the Drop of a Head, die momenteel door de Antwerpse rockband Dead Man Ray van een nieuwe soundtrack wordt voorzien. De ordonnans was, met een budget van acht miljoen, de duurste film die tot dan toe in ons land was gemaakt. Iedereen die in Vlaanderen wat betekende op het toneel of de televisie speelde mee. Maar ondanks de omvang van de productie werd het een moeizame bevalling. Het draaien verliep in chaotische omstandigheden en er werden twee regisseurs de laan uitgestuurd.

"Niemand wist nog hoe het verder moest. Uiteindelijk is de film afgewerkt door Jefke Bruyninckx, geloof ik. Er komen goede en minder goede passages in, maar zelf zou ik mijn personage nu niet anders spelen. Het ergste was dat ik al om zes uur 's ochtends op de set moest zijn. Omstreeks het middaguur klom ik dan op mijn paard en toog op weg naar Veurne of Denderwindeke, waar ik die avond moest optreden. Dat was niet meer werken, het was slaven.

"Maar er waren ook leuke momenten. Ik had een Britse tegenspeelster, zo'n jong ding dat Vlaams moest spreken, maar geen snars begreep van wat ze zei. Ze diende alles van pancartes af te lezen - dat was lachen geblazen. In Duitsland, waar ik ook in enkele films heb gespeeld, werkten ze veel professioneler. Niet alleen betaalde het goed, het leverde ook interessante contracten op. In Berlijn zong ik voor 15.000 toeschouwers. Jane Mansfield was er ook. Ik mocht platen opnemen in het Zweeds... En kijk, hier heb ik nog een affiche voor een show in IJsland." Hij vouwt de poster voorzichtig open. De enige woorden die ik begrijp zijn Reykjavík en Bobby Jaan.

Ik vraag hem wat de sleutel is van zijn succes. "Ha, je moet natuurlijk wat kùnnen. Iemand vinden die je platen laat opnemen. En je moet een heel goede manager hebben; iemand die zich enkel met jou bezighoudt en in tal van opzichten zèlf een artiest is. Zoals de grote Jacques Kluger vroeger."

Alles in Bobbejaanland staat in het teken van amusement en verpozing. Heeft Schoepen nog tijd over om stil te staan bij wat er in de wereld gebeurt?

"Zeker. Ik volg het nieuws, maar lig nergens meer wakker van. Een drama wordt het toch. Dit jaar of in 2000 is het gegarandeerd koekenbak. De Russen hebben geen eten, hè. Zoiets kan toch niet? En politici: wat doen die mensen eigenlijk? Wie verstand heeft, gaat toch niet in de politiek? Je ziet het op de televisie: in de senaat zitten ze allemaal te suffen en te geeuwen. En dan die salarissen in het Europees parlement! Maar als je die lui aan een examen zou onderwerpen, er zouden er veel gebuisd zijn hoor. Maakt niet uit van welke partij. Trek eens de vierkantswortel van dit of dat. O jee! En dat terwijl juist die ministers zo'n grote cracks zouden moeten zijn."

Zelf is Bobbejaan veeleer een gevoelsmens. "Je hebt van die zogenaamde komieken die met andermans gebreken spotten. Die kan ik niet uitstaan. Een handicap is niet om te lachen. Nee, geef mij dan maar de cineast die met die mongooltjes naar Cannes is getrokken. Die heeft tenminste iets goeds gedaan. Ik heb het grootste respect voor onbaatzuchtigheid; mensen die opkomen voor andere mensen. Rijkdom? Als je uur geslagen is, moet je toch alles achterlaten. De beste vriend die ik ooit heb gehad is een oud-burgemeester van Boom, Van Cleemput. Een socialist en vrijdenker die zich, zonder onderscheid, voor iedereen inzette. Voor mij was dat een heilige. Hij kon zich makkelijk met de auto naar het parlement laten rijden, maar nam liever de trein en de tram. Geweldig toch? Ook als je het gemaakt hebt, moet je je naar het niveau van gewone mensen kunnen verplaatsen. Niemand is boven de anderen verheven."

Iedereen wordt geboren en iedereen gaat dood.

"Voilà. We zijn allemaal even klein."

Dirk Steenhaut
De Morgen
15-01-1999

Bobbejaan Schoepen is bij het brede publiek gekend als de oprichter van ‘Bobbejaanland’. Samen met zijn echtgenote Josée bouwde hij het familiepark uit tot een internationale trekpleister. Maar Schoepen was ook muzikant, auteur-componist, zanger...



Op 9 juni vindt op het plein aan de Bibliotheek en het Ontmoetingscentrum van Lichtaart de 8ste Bobbejaan Memorial plaats. Dit jaar wordt de Memorial gecombineerd met een inhulding van een kunstwerk ter ere van Bobbejaan. Het programma vindt u...