BOBBEJAAN UPDATES

Muzikant, Auteur, Componist, Zanger en Entertainer, Stichter en bezieler van Bobbejaanland

Het Schoepengevoel: dubbelinterview Bobbejaan en Tom Schoepen (De Morgen)

10/05/2008


Bobbejaan & Tom Schoepen (photo Stephan Vanfleteren)
Zo noemen ze dat. Pa Bobbejaan en benjamin Tom. Dagen en ook nachten brachten ze samen door het voorbije jaar, lachend en huilend. Vooral dat laatste was nieuw. Ontroerd zijn met elkaar. Bobbejaan gaf Tom het leven en Tom zijn vader een plaat met daarop enig levenswerk. 'Niet dat we een inhaalbeweging moesten doen om elkaar terug te vinden, alles zat klaar', zegt de jongeman. De oude cowboy beaamt en zucht dankbaar. 'Het is ne braven.'

Door Marijke Libert / Foto's Stephan Vanfleteren

Doortastend praten, hij kan het nog, maar stil en traag. Hij geneert zich, de beroemde Bobbejaan Schoepen, omdat het vandaag allemaal minder gesmeerd loopt. Dat de gedachten blijven flitsen in zijn hoofd, de verhalen klaar zitten om te worden herverteld, maar de mond niet meewil. Dat verdomde contact ook tussen hoofd en mond. Hij tikt tegen zijn hoofd. Hij slaat op zijn mond. Die articulatie! Waar is de bobbejaanse vlotheid gebleven? Hier ligt de man die ooit met de band van Elvis speelde, in Elvis' studio dan nog. De man die Jacques Brel had in het voorprogramma en door Jayne Mansfield werd aangesproken met 'Bob'. Bobbejaan, die elders een ster was maar God bij ons. Die zong, van 'De lichtjes van de Schelde' tot de parodie 'Café zonder bier', van levenslied tot countryrock, al weten velen dat laatste niet. Zij kennen vooral de lassowerper in de witte wagen, de jodelende cowboy en nog van die zotte dingen. Met stetson en beslagen zadel zocht Bobbejaan ooit zijn weg. Nu strandt hij in een lederen ligstoel, met sonde en port-a-cath.

Vorig jaar had hij het ook lastig. Na een operatie aan de keel kwam de 's' er plots niet meer uit. Bij een eerdere operatie had hij zijn fluittalent kwijtgespeeld en sinds zijn kanker gaat het minder met zijn evenwicht. Hij viel en blijft vallen, ook recentelijk nog. Hij viel zoveel dat hij optelde hoeveel. Drieëntwintig keer. Reden: acuut natriumtekort.

Een half jaar lang heeft de logopedist hem woordjes doen zeggen met een 's' erin. Om zonder te veel hoorbaar geruis te kunnen zingen op zijn nieuwe cd, die sinds gisteren geperst klaar ligt en volgende week te koop aangeboden wordt. Bobbejaan als titel. Bobbejaan zegt genoeg. Eigen nummers zingt hij daarop, een aantal oude hits en je vindt er ook obscuur, onuitgegeven nieuw materiaal op. Hier en daar wordt hij gebackt door artiesten van nu. Daan, Geike van Hooverphonic, Axelle Red. De oude cowboy is fier, gehavend of niet. Uitgestrekt op zijn fauteuil kijkt hij zijn jongste aan. Tom. Tom heeft met hem twee jaar lang de cd voorbereid en uitgewerkt. Die bezonken blik waarmee ze elkaar bekijken. Terwijl op de achtergrond het sidderende 'Verankerd' speelt. Later zullen beiden minutenlang niet praten, omdat ontroering in de weg zit. Tom met natte ogen, Bobbejaan barst in tranen uit.

Ons gesprek was twee uur eerder opgewekter begonnen, in de verduisterde woonkamer (tegen te felle zon) in hartje Lichaart en hartje pretpark, waar Bobbejaan en zijn echtgenote Josée nog altijd wonen. Het park zelf is intussen verkocht. Bobbejaan vertelt nog altijd met trots over het stuk moeras dat hij decennia geleden kocht. Waar vroeger enkel kikkers kwaakten, dondert en gilt het nu. Je kunt er duizelingwekkende loopings doen of snelheid pakken op rollercoasters. Vroeger liep daartussen dus die Vlaamse cowboy rond. Reed hij in zijn Amerikaanse wagen, met kleine Tom erbij.

Tom kijkt stil toe en komt soms tussen, respectvol, vraagt of het kan, laat eerst uitspreken. Tom is de benjamin Schoepen, een fraaie middertiger, universitair geschoold in Gent, grafisch ontwerper en moraalfilosoof. Je denkt spontaan: 'Wat heeft hij met het oeuvre van die Bobbejaan gehad?' Nu drijft eerbied wellicht boven, maar heeft de zang van zijn vader ooit zijn wezen en zijn ziel gepakt?

Tom: "Ik heb altijd een grote bewondering gehad voor wat mijn vader heeft gedaan. Als kind draaide ik zijn platen constant. We hebben dat allemaal, de kinderen, dat we luisterden naar wat pa voortbracht. Ik heb wel altijd mijn eigen ding gedaan. In die zin lijken pa en ik op elkaar. Ook ik moet mijn eigen boompje kunnen planten. Zelfrealisatie. Een vorm van autonomie is dat. We woonden in Bobbejaanland en dat was leuk voor het kind, maar zodra ik ouder werd, kon ik hier niet aarden, omdat ik mijn creativiteit niet kwijt kon. Er was een stramien, er waren paden gelegd. Die bewandelen en mijn ouders opvolgen, nee, daar paste ik toen voor. Uiteindelijk ging ik in Gent moraalwetenschappen doen. Daar ben ik ook spontaan aan mijn fameuze tijdsband begonnen. Ik heb er vier jaar aan gewerkt. Het was een vehikel om mij te kunnen bewijzen tegenover thuis én om me financieel te onthechten. Het was een gedurfde onderneming, behoorlijk zwaar. Ik heb er jaren aan een stuk veertien uur per dag aan gewerkt."

Bobbejaan, volgde u wat Tom toen deed en waarmee hij even wereldberoemd werd, met name 15 miljard jaar van menselijke kennis en cultuur verzamelen op een muurkaart?

Bobbejaan: "Mag ik eerlijk zijn? Ik begreep er gewoon niets van."

Tom: "En het duurde veel langer dan voorzien. Op een dag vroeg hij me: 'Awel jongen, wanneer is het nu af?' Ik zei: 'Ik kamp al maanden met serieuze technische problemen.' Mijn computer liep toen voortdurend vast en de supervisie viel niet mee. Waarop hij zei, met zijn armen in de lucht: 'Ja maar, ik heb ook technische problemen in het park, met mijn attracties'.

Bobbejaan: 'Toen het klaar was, begreep ik waarom het zo lang geduurd had en had ik bewondering voor zijn prestatie."

Had u graag uw zaak aan Tom doorgegeven?

Bobbejaan: "Ik had misschien wel gehoopt dat een van de vijf iets zou doen met wat in gang was gezet, ook op het gebied van zingen of zo. Maar ik heb geen opvolgers."

Tom: "Onze ondernemingszin is wel gestimuleerd. Ik ben misschien nog het meest artistiek. Maar ik ben geen muzikant en met zingen kom ik niet verder dan de douchecel."

Hoe voelde de jonge Tom zich bij die bekende zingende vader?

Bobbejaan: "(komt tussen) Daar zijn bewijzen van en die heeft Tom zelf opgedolven. Een bandopname die ik ooit maakte, toen hij nog een klein ventje was. Ik zat in de woonkamer gitaar te spelen en een deuntje te fluiten. Tom, toen acht jaar oud, was in de buurt. Je hoort hoe hij meestampt met het ritme, net iets uit de maat."

Tom: "Dat zal op de tweede cd staan, die er binnenkort aankomt. Ik heb prachtige field recordings gevonden, materiaal dat dertig jaar onder het stof lag. Daarop hoor je effectief dat ik in de buurt ben en 'papa' roep, waarop mijn vader 'zwijg eens' zegt. 'Zwijg eens jongen, papa is bezig' (lacht)."

Maar wie was Bobbejaan voor u?

Tom: "Hij was mijn vader en daarenboven bleek hij een grote artiest te zijn. Hij reed vaak met die witte auto door het park. Vooraan had hij een zadeltje geïnstalleerd en daar mocht ik zitten. Wat ik me nog levendig herinner, zijn de mensen die in dichte drommen rond de wagen stonden, bedelend om handtekeningen. Ik heb die ook samen met mijn pa gegeven."

Bobbejaan: "Veertien dagen geleden zaten we nog eens in de wagen voor de videoclip, met Geike. Je weet wel, dat meisje van Hooverphonic. Ik was blij dat de wagen nog startte. Hij stond al vijf jaar stil. Geike kon er goed mee rijden. Dat jij je dat nog herinnert, Tom, van dat zadeltje."

Tom: "Zo had ik ook uitzicht op jouw twee kanten, pa. Ik zag hoe de artiest bewonderd werd in het park, dat een toeristische trekpleister was. En tegelijk kon ik dat succes relativeren omdat, zodra de auto binnen stond, samen met de artiest ook de mens van achter dat stuur loskwam. Toch betrapte ik er mij later op dat ik een vorm van gezonde idolatrie kweekte."

Tom keek op naar u, Bobbejaan. Voelde u dat?

Bobbejaan: "Jawel, dat voelde ik. Dat deed deugd. Ik heb ook bewondering voor hem. Ik heb hem toch gemaakt?"

Tom: "Een typisch bobbejaanse uitspraak."

Bobbejaan: "Dat hij dit doet, 'mij verzamelt', alles samenbrengt, ook de mensen rond mijn muziek en dat hij daarmee een cd maakt, dat doet me iets hoor. (stokt) Maar ik ben ook trots op hem en op zijn tijdsbalk, ook al snap ik er niets van. Hij doet het toch maar."

Tom: "Door mijn zoektocht en gedoe kreeg ik plots zicht op wat mijn ouders allemaal gerealiseerd hadden. Respect heeft een goed klimaat geschapen om elkaar echt te vinden en dan bijvoorbeeld deze cd te maken of zijn werk te verzamelen."

Tom, u hebt uw vader zogoed als 'bijeengepuzzeld'. Hoe definieert u hem nu?

Bobbejaan: "Als een zieke oude man."

Tom: "(lacht) Ik zie hem als een allround performer en hoe langer ik hem ken en bestudeer, hoe hoger ik hem inschat. Hij is geestig, een parodist, maar hij heeft ook een ernstig repertoire dat veel te weinig bekend is. Verder is hij virtuoos, dat zien muzikanten meteen. Hij kan componeren, meer dan verdienstelijk gitaar spelen, uitstekend jodelen, als fluiter behoort hij tot de wereldtop en hij heeft een heel goede kopstem. Dat alles brengt hij deskundig samen in een totaalpakket. De combinatie van disciplines maakt hem fenomenaal."

Bobbejaan: "Maar nu kan ik niet meer fluiten. Het was eerst een shock. Je ondergaat een operatie aan de tanden, je wordt wakker en wat blijkt: er is een zenuw geraakt en plots kan dat wat je zo graag doet niet meer. Ik heb er mij bij neergelegd."

Tom: "Maar als hij oude opnames en ook dat fluiten hoort, als hij voelt hoe dat gewaardeerd wordt, dan komt die spijt echt naar boven. Tuurlijk doet dat pijn, nog altijd."

Bobbejaan: "Ik vind dat ik geluk heb met zulke goede kinderen. Allevijf hoor, toffe gasten."

Tom: "We zijn vrij turbulent van aard, maar we kunnen bladzijden omslaan. We praten altijd face to face. Zo is Bobbejaan zelf ook groot geworden. Hij was zo direct."

Wat doet het met iemand om in zo'n park op te groeien?

Tom: "Het heeft me de nodige ongedisciplineerdheid bijgebracht. Stel je voor, hier opgroeien en dan op de schoolbanken gedropt worden. Ik heb een grillig onderwijsparcours afgelegd. Bobbejaanland was wat wij dachten en waren, het was onze biotoop. Dat voelen mensen nog altijd als ze hier rondlopen. Dit park is de afdruk van een familie, een gemeenschappelijke gedachte."

Was het ook uw eigen grote speeltuin?

Tom: "Natuurlijk, al geraak je dat wel beu. Je gaat niet meer elke dag op de attracties. Als je iets onbeperkts hebt, daalt de bevredigingswaarde, dat is bekend. Ik heb hier wel veel kattenkwaad uitgestoken. Grenzen verlegd. Het begon met 's nachts curryworsten stelen. Later ga je op de daken met ballonnen vol water naar het publiek gooien of je staat boven op het reuzenrad naar beneden te plassen. Ik herinner me dat nog. Hoe ik stiekem..."

Bobbejaan: "(onderbreekt) Dat vooral. Tom glipte altijd stiekem weg en verstopte zich. Uren van ons leven hebben mijn vrouw en ik gewijd aan het zoeken naar Tom."

Tom: "Fantastisch om onder de tafels te zitten in de showzaal. Ik hield er wel van om even te verdwijnen."

Verdwijnen, terwijl uw vader liever 'verscheen'. Op het podium, in het voetlicht.

Tom: "Goede opmerking, dat klopt. Maar..."

Bobbejaan: "(onderbreekt) Weet je nog dat je ook Will Ferdy eens ondergeplast hebt?"

Tom: "Komen we nu niet in de verboden zone wat de verhalen betreft? (lacht)"

Bobbejaan: "Ach, die Ferdy trekt wel weer snel bij."

Tom: "Ik was via brandladders op een plek boven het podium van de grote showzaal beland. Ik stond tussen de belichting, toen een liedje weerklonk over de regen of zo. Meestal stond Frans daar dan met een gieter. Hij sproeide dan water op het podium. Frans was er echter niet en toen heb ik hem vervangen. (lacht) Ferdy heeft het nooit geweten wat er als regen op zijn hoofd kwam druppelen."

Bobbejaan: "Dan weet hij het nu. Ach, ik hou van fratsen."

Tom: "Een keer ben je heel kwaad geweest, toen ik steentjes op de treinsporen had gelegd."

Bobbejaan: "Ja, zeg. Dat was er ook ferm over."

Tom: "Enfin, zo'n klein treintje. Die locomotief was snel rechtgetrokken en kon meteen weer vertrekken. Soms verlegde ik de spoorwissels, zodat de trein in een opslagplaats of een garage binnenreed. Dan werd hij teruggeduwd, weer de sporen op. Het publiek vond het best spannend. De meeste mensen dachten dat het een act was."

Was u nooit kwaad, Bobbejaan?

Bobbejaan: "Ja, maar ik heb nooit een van mijn kinderen aangeraakt of een klap gegeven. Wat ik wel deed, was ze af en toe onder een ijskoude douche zetten. Dat bedaarde."

Tom: "Ik herinner me twee ijskoude douches, inderdaad."

Hoe voedde u uw kinderen op, Bobbejaan?

Bobbejaan: "Ze waren nogal vrij."

Tom: "We werden binnen de grenzen en de doelstellingen van het levenswerk van mijn ouders gehouden. Dat was onze wereld en daar werden de wetten bedacht. Maar binnen dat kader zat een enorme bewegingsvrijheid. Het was vanzelfsprekend dat de eerste stappen in het leven waren dat je hier meewerkte, dat je mee in de zaak groeide. Toen ik moraalwetenschappen ging doen, maakten mijn ouders er echter geen punt van. Ze waren het er niet mee eens, maar lieten me toch gaan. En alle kinderen mochten twee jaar in het buitenland studeren."

Bobbejaan: "Wij vonden het belangrijk dat ze hun talen goed kenden."

Tom: "Dat sloot aan bij wat ik hun avant-gardementaliteit noem. Mijn ouders waren echt internationale mensen. Ze hadden de wereld gezien en waren niet regionaal. Mijn moeder was de oudste van achttien kinderen. Ze had een zus die naar de Sorbonne ging, zijzelf studeerde operazang aan het conservatorium. En wat die mensen ondernamen. Een pretpark beginnen, in die tijd. Wie haalde het ook maar in zijn hoofd?"

Bobbejaan: "Wat ik niet wilde doen was de kinderen per se iets doorgeven. Ik gooide op en dan zagen ze maar wat ze ermee deden. Mijn ouders hebben ook altijd alles gestimuleerd, maar nooit aangedrongen. Ze zeiden niet: doe muziek, leer gitaar, je moet dit of dat. Ik deed gewoon. We hebben het wel allemaal zelf gerealiseerd. Mijn vader in zijn smederij, mijn vrouw en ik in ons park, de kinderen in hun job en leven."

Tom: "Ik heb geleerd dat je eigen kracht het belangrijkste is. Je doet niet iets omdat men dat wil of omdat het zo hoort, wel omdat het in jou het best tot ontplooiing komt."

Bobbejaan: "Dat had ik ook gedaan toen ik jong was. Ook met scha en schande. Ik begreep niet altijd waarom. Bijvoorbeeld deze rotzooi kopen, een stuk moeras. Om er een huis en studio op te zetten, dacht ik eerst. En kijk nu."

Tom: "Eigenlijk is dat hetgene waar elke artiest van droomt: een boerderij met daarnaast een kot waar je opnames kunt maken en wat speeltuigen voor de kinderen. Alleen is het bij pa wat uit de hand gelopen."



Maar het is ook geen Neverland geworden à la Michael Jackson, die er alleen zijn verbeelding in uitleefde.

Bobbejaan: "Dat soort gasten kent er financieel gezien niets van. Het blijft bij verbeelding en dan zie je hoe het fout kan lopen."

Tom: "Volgens mij is dit park de ultieme verwezenlijking van een rasentertainer en een fantaisist. Niet van een fantast, anders was het niet gerund zoals nu en had het niet gerendeerd."

Bobbejaan: "Ik had het ook nooit verwacht hoor, Tom. Ik dacht: 'Ah, ik heb een villa in Meise. Misschien is dat genoeg.' Ik had daar ook een goede buur. Weet je nog? De grote baas van de bank van Parijs en de Nederlanden. Ik heb hem nog geholpen bij het zoeken naar een nieuwe naam voor zijn bank."

Tom: "Klopt. Onze pa is de uitvinder van Paribas."

Bobbejaan: "Verdorie, zei hij, die naam, hoe doe ik dat. Ik zei gewoon: 'Kijk, je hebt Parijs, Paris dus. En het Frans voor Nederland is Pays-Bas. Gooi dat toch samen.'"



Traden jullie ooit samen op, Bobbejaan en zoon?

Tom: "Papa, vertel eens van toen ik bij jou op het podium op je schoot kwam zitten."

Bobbejaan: "We hadden vaste momenten, zinnetjes."

Tom: "Dan zei je: 'Wie niet zingen wil, die moet er maar eentje..."

Bobbejaan: "Fluiten!"

Tom: "En toen begonnen The Proud Ones, hé."

Bobbejaan: "(knikt) En dan stond jij daar plots aan het podium. Je zou meefluiten. Je nestelde je in mijn schoot. 'Papa meefluiten', herhaalde je. Ach, hoe oud was je toen?"

Tom: "Drie of vier? Ik heb er geen herinnering aan. Er zijn foto's van. Twaalfhonderd man in de zaal, ik met jou vooraan."

Bobbejaan: "Tom probeerde, maar kon niet fluiten. Hij bleef zitten en ik zette me aan een deuntje. (sist iets tussen zijn tanden) Tom begon te blazen in de microfoon, waarna hij met zijn kleine vingertjes naar mijn mond ging en zocht waar dat gefluit vandaan kwam. De zaal was helemaal van de kaart. Hoe schattig, dat hij me zo gedreven aftastte: mijn neus, mijn hele gezicht, op zoek naar het vogeltje dat het wijsje voortbracht. Echt Tom, je deed dat goed. Zo naturel. Je hebt het herhaald, langere tijd. Elke dag was je daar, kroop je op mijn schoot en deed je het opnieuw."

Tom: "Paardenmolen deed ik ook mee. Dan moest ik op het podium aan de zijkant gaan staan en met mijn armpje draaien. Dat nummertje 'paardenmolen' ging naar het einde toe almaar rapper, dus die armpjes zwaaiden als gek. Ik heb het tot mijn zesde gedaan. Toen stopte het optreden en ging ik over tot puur kattenkwaad. Met mijn maatje, Filip. Weet je, papa, dat we ooit achter de kassa kropen toen het vrije inkom was?"

Bobbejaan: "Niet echt, vertel eens."

Tom: "Vroeger was zo rond een uur of vier het park toegankelijk voor iedereen. Een keer ben ik toen aan de kassa gaan zitten om te ontvangen. Aan de ene bezoeker vroegen we 100 frank, aan de andere een paar minuten later 200 frank. Uiteindelijk denk ik dat we zo'n 10.000 frank hebben verdiend. Ik heb het wel eerlijk afgegeven, aan ons ma."



En dan onder de koude douche.

Tom: "(lacht) Dat weet ik niet meer."

Bobbejaan: "Het ergste vond ik die keer toen je op het wielenrad zat om twaalf uur 's nachts."

Tom: "Inderdaad. Dat was de moeite. De laatste toeristen buiten en de lichten gingen uit. Ik was stiekem op het rad geklommen. Toen ik boven was, stopte het. Eerst was het behoorlijk leuk, tot het licht uitging. Ik dacht: 'Stel je voor dat ik hier de nacht moet doorbrengen.' Ik ben beginnen brullen als gek."



Na de kinder-, jeugd- en studententijd zijn jullie weer samengekomen, onder meer door deze cd.

Tom: "Bij mij was dat rond mijn dertigste al. Het was niet dat we ver van elkaar stonden en dus een inhaalbeweging nodig hadden. Het is tussen ons van normaal naar heel speciaal gegaan. Alles zat allang klaar."

Bobbejaan: "(knikt)"

Tom: "Ik heb wel de artiest in mijn vader echt ontdekt en uitgepuurd, omgedraaid en bekeken. Ook emotioneel, familiaal. We hebben heel zware momenten meegemaakt tijdens de opnames, omdat het voor mijn vader een confrontatie was: terug beginnen zingen mét handicaps. Een breekbare stem, het fluiten dat weggevallen was, de gezondheid die het soms liet afweten. Een ontroerende confrontatie was het na een boeiend leven waarin hij zoveel meegemaakt had. Als je dan samen aan de microfoon zit 's avonds laat, met moeder erbij, gebeurt er iets. (tot Bobbejaan) Weet je wat? Ik ga 'Verankerd' opzetten."

Bobbejaan: "Heel emotioneel was ik daarover. Ik heb echt afgezien. Met mijn stem, maar het ging ook diep in mijn hart."

Tom: "'Verankerd' dus. Dat is een nummer waarvan mijn vader al een stukje geschreven had en dat ik heb aangevuld. Het is ruim dertig jaar oud en de eerste zinnen zijn: 'Als je oud bent, als je ziek bent.' Dat begin was moeilijk, maar ik wist dat onze pa zou overwinnen. Het laatste zinnetje is ook 'Nergens leg ik mij bij neer'. Weet je nog pa, hoe we gehuild hebben toen? Hoe moeder je toen steunde, letterlijk aanraakte, haar handen op je schouders legde. Hoe je eerst met een klein stemmetje en later almaar krachtiger zong. Met dit resultaat uiteindelijk. Luister maar."

Het lied begint met een trom, een gitaarriff en dan tremolo, zuiver en onvast tegelijk, breekbaar.

'Als je oud bent, als je ziek bent, geen toekomst meer, je bent verankerd. Te dragen, te verwerken, geen leven meer, uitgekankerd, en ontredderd leg ik mij weer neer. (...) De toekomst wordt voortaan bepamperd. (...) Moeten wij dan niet meer leven, mogen wij niet meer doodgaan, moet ik mijn leven geven, mag ik dan niet teloorgaan. (...) Als ik angst heb en lig in bed, de nacht die zint me niet, die deelt alleen verdriet, de overvloed ben ik vergeten, ik kan per dag maar een keer eten...'



Er volgt een stilte na het lied. De mannen tasten elkaar af met hun ogen. Bobbejaan knijpt in de plaid die over zijn knieën ligt en begint te huilen. Tom kan geen woord uitbrengen, tot Bobbejaan zegt: "Weet je wat mij daarnet zo pakte? Dat zinnetje 'Ik kan maar een keer per dag eten'. Dat heb je goed gekozen, vind ik."

Tom: "De zin komt van u. Ik heb het uit een interview gehaald, over uw kanker jaren geleden."

Bobbejaan: "Het is zo'n menselijke zin. De mensen gaan dat voelen. Ik voel het toch."

Tom: "Wat je in deze cd zeker voelt is de breekbare mens in Bobbejaan. Waar hij vroeger veel meer terughoudend was om zich bloot te geven, is hij dat nu helemaal niet meer. Die barrière hebben we ook overwonnen. Samen."

Je komt ook dichter bij de eindigheid met zo'n nummer. Bobbejaan heeft de dood al vaak in de ogen gekeken.

Bobbejaan: "Doodgaan moet je, hoe later hoe beter. Niemand ontsnapt eraan. (wijst naar Tom met een krom vingertje) Maar als hij het goed doet, dan is het voor mij allang goed. Als ze het alle vijf maar goed doen."

In weerwil van de tekst van daarnet: legt u zich nu wel neer bij het leven?

Bobbejaan: "Maar natuurlijk. Ik heb alleen spijt dat ik nu zo... Dat ik... Verdorie toch, dat gedoe met nadenken. Ik had er daarvoor geen last van. Het zijn die pillen. Ik kon zo goed praten en nu. En ik huil ook zo snel tegenwoordig."

Tom: "Hij is nu nogal gedemoraliseerd omdat hij iets zwakker is, omdat het hem danig hindert."

Bobbejaan: "Ik hou niet van beperking. Ik toonde dat vroeger niet. Als ik gevoelig was, zong ik het weg."

Tom: "Ik heb mijn vader altijd gekend als een emotiemens. Dat is weg van het stereotype dat de mensen van hem hebben. De vrolijke entertainer te paard, de man met het volkse lied. Mijn vader is een diep en geëmotioneerd man. Ik zie dat nu ook als rode draad in het materiaal dat ik opdelf: groot gevoel. Maar ook een groot relativeringsvermogen. Beide streden om voorrang. Ik ben blij omdat deze cd er ligt. Ik heb liever mensen te eren als ze nog leven, dan dat ik ze moet herdenken. Herinnering is minder vruchtbaar. Je leeft nu en niet over honderd jaar."

Bobbejaan, wat wil je dat de mensen van deze cd vinden?

Bobbejaan: "Ik wil vooral dat hij verkoopt."

Tom: "Typisch, daar heb je de zakenman weer. (lacht)"

Bobbejaan: "Eerlijk, waarom doe je het anders? Je maakt nooit een plaat voor niets. Je wilt jezelf tonen. Als het goed is, verkoopt het. En voor de rest: laat de muziek maar spreken, laat de muziek het ook nu maar vertellen. Tom, leg dat liedje eens op van die soldatengraven. Ik ben een beetje moe geworden, laten we luisteren. Naar die tekst, die trompetten, die gitaar erbij. Zo schoon. Ik heb altijd van Ieper gehouden, ik heb zo'n groot respect voor de soldaten. Ik hoop dat de mensen dat goed vinden. Het lied 'Een koude wind waait'.



Tom zoekt het nummer. Uit de boxen schalt al snel muziek en weerklinken zinnen over de Eerste Wereldoorlog. 'Een koude wind waait over graven, van soldaten, geen bloemenkralen van generalen, ze zijn begraven door kameraden, maar ieder kruis draagt een naam, voor iedere naam vloeit er een traan (...)'

De oude cowboy huilt weer, zucht en leunt achterover, maakt een wuivend gebaar ter afscheid en zoent. Hij gaat rusten. "Maar", zegt hij. "Als je naar huis rijdt, leg dan in de wagen nummertje negen op. "Zot worden op een carrousel die nooit stopt. We worden allemaal zot op een carrousel die nooit stopt", zeg ik daarin. Voor de rest is het alleen maar fluiten. Ach, wat kon ik een deuntje fluiten..."

----------------------------
© 2008 De Persgroep Publishing
Publicatie: De Morgen
Publicatiedatum: 10 mei 2008

Bobbejaan Schoepen is bij het brede publiek gekend als de oprichter van ‘Bobbejaanland’. Samen met zijn echtgenote Josée bouwde hij het familiepark uit tot een internationale trekpleister. Maar Schoepen was ook muzikant, auteur-componist, zanger...



Op 9 juni vindt op het plein aan de Bibliotheek en het Ontmoetingscentrum van Lichtaart de 8ste Bobbejaan Memorial plaats. Dit jaar wordt de Memorial gecombineerd met een inhulding van een kunstwerk ter ere van Bobbejaan. Het programma vindt u...