BOBBEJAAN UPDATES

Muzikant, Auteur, Componist, Zanger en Entertainer, Stichter en bezieler van Bobbejaanland

'Hun timing om te sterven was hallucinant' (Het Nieuwsblad op Zondag)

13/06/2010

(PDF link)

'Weet je wat ik opmerkelijk vind? Als je oude foto's van Nonkel Bob en Bobbejaan Schoepen naast elkaar legt, merk je veel gelijkenissen. De gitaar op de schoot: oké. Maar ook dat krullende donkere haar, die ogen. En beide mannen hebben ook geen kleine neus.' Naar aanleiding van vaderdag praten Tom Schoepen (39) en David Davidse (54) vrijuit over hun dierbare vaders Bobbejaan Schoepen en Nonkel Bob, twee culturele iconen die na hun recente dood een enorme leemte nalaten.




De gedachtewisseling vindt plaats in de gezellige tuin van David, met een glas witte wijn in de aanslag. De paden van de twee bekende zonen hebben elkaar welgeteld één keer kort gekruist, acht jaar geleden op een tentoonstelling. Vandaag zitten de twee creatieve geesten tegenover elkaar om over de dood en het verlies van hun vader te praten. Nonkel Bob stierf op 16 februari, Bobbejaan Schoepen sliep in op 17 mei. Ze werden respectievelijk 89 en 85 jaar.

De dood en het afscheid van jullie vader is pril. Hoe gaat het ondertussen met jullie?


David: 'Met mij goed. Je moet weten dat mijn vader de laatste jaren levensmoe was. In december vorig jaar vertrouwde hij mij toe: Als het niet voor ons Annie was, dan zou ik nu een pilletje innemen. Hij was echt op. Hij begon slecht te zien, slecht te horen, hij had artrose op zijn heup en kon moeilijk stappen. Bob was echt klaar om het leven los te laten.'

'Hij had ook darmkanker en lag de laatste drie weken van zijn leven in het ziekenhuis. Daar zegden de dokters dat hij zijn negentigste verjaardag op 26 juni niet zou halen. Op zijn sterfbed heb ik hem plechtig beloofd dat ik goed voor ons ma zou zorgen. Ik zei: Pa, maak je geen zorgen, je mag nu rustig inslapen. Hij keek mij strak in de ogen, gaf zijn goedkeuring en vijf minuten later stierf hij vredig in mijn armen. En met ons ma gaat het inmiddels ook prima. We hebben een goed rusthuis gevonden, ze bloeit er helemaal open en is echt gelukkig. Ik heb woord gehouden en dát maakt mijn rouwproces draaglijk.'


Laat mij duidelijk zijn: persoonlijk haat ik de figuur Nonkel Bob. Ik heb hem te veel moeten delen met alle Vlaamse kinderen
David Davidse


Tom: 'De dood van mijn vader is te recent om al te plaatsen. Ik besef soms niet dat hij er niet meer is. Dagelijks word ik heen en weer geslingerd tussen emoties van gemis, pijn en angst en de mooie herinneringen. De gezondheid van mijn pa is beginnen te wankelen in 1999. De darmkanker waarmee hij kampte, heeft hij na vier jaar overwonnen. Alles ging goed, tot vader drie jaar geleden een zware ontsteking kreeg. Die genas gelukkig goed, maar de levenskrachten waren de laatste maanden aangetast, dat viel mij op. Hoewel ik moet zeggen dat hij vorig jaar in oktober zijn laatste publieke optreden - een huldeconcert in Boom, waar hij de eerste ereburger van de stad werd - goed doorstond.'

'Afgelopen winter deed hij nog af en toe muziekopnames en dat ging zelfs goed. Midden maart van dit jaar werd vader opgenomen in het ziekenhuis met hartklachten. Maar in het hospitaal liep hij een zware longsteking op die hij niet meer te boven is gekomen. Op zijn verjaardag op 16 mei, een dag voor zijn dood, merkten mijn broers, zus en moeder dat hij een zeldzame bui van fatalisme over zich had. Ik zei hem nog: Pa, probeer hier uit te geraken. Eenmaal thuis, uit die ziekenhuissfeer, zal je openbloeien. Maar hij zei toen: Nee, hier geraak ik niet meer weg. Pa moet gevoeld hebben dat zijn leven snel zou eindigen.'

'We hebben zijn verjaardag heel intimistisch gevierd aan zijn ziekbed. Met z'n allen hebben we in zijn kamer happy birthday gezongen, hij heeft een klein stukje taart gegeten, dat was mooi. De volgende dag sliep hij in.'

David: 'Ook bij mijn vader was de timing voor het sterven hallucinant. Op 14 februari vierden mijn ouders samen Valentijn in zijn ziekenkamer en twee dagen later was hij dood.'

Tom: 'Ik mis hem elke dag, maar ik besef nu dat de dood van ons vader al bij al een draaglijke dood was. We waren voorbereid op een mogelijk afscheid, de dokters hadden ons geïnformeerd over de mogelijke fatale complicaties. We hebben met z'n allen afscheid kunnen nemen, hij was bij volle bewustzijn bij dat afscheid.'

'Vader is ons gelukkig niet ontrukt. Ons moeder zei ook dat pa op was en dat het zo niet verder kon. Hij is rustig uitgedoofd als een kaars. Die gedachte sterkt ons nu nog in het verwerkingsproces. Bobbejaan zou ook enorm fier geweest zijn op de uitvaartplechtigheid, ook dat sterkt ons.'

Hoe stonden jullie vaders tegenover de dood?

Tom: 'Hij ging licht met de dood om. Het was volgens hem de toestand van voor je geboren was. Je begint met niets en je eindigt met niets, zei hij onlangs nog. Hij vreesde alleen een ondraaglijke of uitzichtloze situatie. Een paar dagen voor zijn dood fluisterde hij mij nog toe: Ik wil geen plant worden, Tom. De eigenwaarde speelde een belangrijke rol bij hem. Zeven jaar heb ik aan mijn vader gevraagd of hij gelovig was en of hij in een hiernamaals geloofde. Hij antwoordde dat er niets is omdat er te veel lijden is in onze wereld.'

David: 'Mijn vader was continu met de dood bezig. Hoeveel liedjes heeft hij niet geschreven over het heengaan, het sterven, de eindigheid? Je wil het niet weten. Mijn vader wilde trouwens als kind begrafenisondernemer worden. Onder het motto: Er gaan altijd mensen dood, dus er is werkzekerheid. Al had hij soms wél schrik voor de dood, maar vaak ook niet.'

Hoe gaan jullie persoonlijk om met de eigen eindigheid van het leven?

David: 'Van de dood heb ik geen angst. Ik heb gelukkig al heel wat kinderdromen kunnen waarmaken. Ik kan terugkijken op een première in Carré, een eigen theatershow, ik schreef eigen stukken, deed cabaret en zong opera, werkte voor radio en televisie, ik heb een paar platen opgenomen, heb een mooi huis met een mooie tuin en met de liefde gaat alles goed. Ik ben gelukkig. En als de dood om de hoek komt kijken, wil ik ook gelukkig sterven. On devrait mourir quand on est heureux! Maar ik wil het wel op voorhand weten. Ik huiver ervan plots aan een hartaderbreuk te sterven of in een auto-ongeval. Ik wil alles nog mooi regelen voor mijn nabestaanden.'

Tom: 'Intens. (lacht). Ik sta enerzijds achter de uitspraak van de Griekse filosoof Epicuros: Zolang ik er ben, is de dood er niet. Als de dood er is, ben ik er niet meer. Je kunt de dood dus nooit tegenkomen. Anderzijds vrees en bekamp ik wel het zinloze lijden: niet de dood zelf, maar het sterven belangt ons aan.'

'De gedachte van oneindigheid vind ik absurd, en dat is het feitelijk ook. Je leeft immers voor nu, niet voor binnen honderd jaar. Mijn mentor, de ethicus Hugo Van den Enden, zei ooit in een van zijn beklijvende colleges: Het ergste wat je zou kunnen overkomen, is nooit te kunnen sterven maar eeuwig te leven. Alle levenswaarden zijn immers onderworpen aan de wetten van het dalende grensnut: naarmate je iets onbeperkt hebt, daalt de bevredigingswaarde. Dat geldt ook voor het leven zelf.'

Vandaag is het vaderdag, de dag waarop we geacht worden onze vader te huldigen. Hebben jullie vaderdag altijd gevierd?

David: 'Neen, nooit. We worden verplicht om vaderdag te vieren op zondag 13 juni. Maar dat is een reden om het net niét te doen. We dronken wel op andere dagen een extra Tripel van Westmalle. Ons pa is trouwens begraven met een flesje Triple in zijn kist. Zijn laatste liedje dat hij geschreven heeft, was een ode aan de Tripel! (lacht) Anderzijds mocht ik er niet aan denken om ooit op 15 augustus moederdag te vergeten. Oei oei! Dan was ons moeder drie weken depressief en werd ik thuis gelyncht.'

Tom: 'Bij ons werd wel aan vaderdag gedacht, maar als gezin kwamen we niets plots bij elkaar om aan een gedekte tafel te zitten en op een kunstmatige manier vader enkele uren in het zonnetje te zetten. Onze liefde voor elkaar was continu aanwezig en niet even toegespitst op één dag.'

Hoe was de onderlinge relatie met jullie vader?

David: 'Ik had echt een moeilijke relatie met mijn pa. Dertig jaar lang was die verhouding gespannen. Pas de laatste vijftien jaar zijn we dichter naar elkaar toe gegroeid. Je moet weten dat mijn vader dertig jaar lang hele dagen in de weer was met kinderen. Bijgevolg was het niet verwonderlijk dat de interesse voor zijn eigen zoontje thuis niet zo bijzonder groot was. Mijn vader voedde mij bij wijze van spreken op 12 november, 3 maart, 8 mei en 17 juli telkens een half dagje op. Daarom heeft mijn moeder de hele opvoeding voor haar rekening genomen.'

'Je moet weten dat mijn ouders tussen mijn zes en mijn dertien jaar gescheiden leefden. Dat waren net de belangrijkste jaren in mijn opvoeding. Ik zag hem alleen in het weekend en dan ging ik overal mee poppenkast spelen. Maar dat was het dan ook. Godzijdank hebben we de laatste vijftien jaar alles ingehaald.'

Tom: 'De band met mijn vader was en bleef altijd goed. Thuis hadden we een familiebedrijf. Daardoor ging er weliswaar veel aandacht naar de zaak, maar mijn ouders waren wel altijd aanwezig. Ze hadden bovendien een gouden huwelijksband. Het contact en de interactie in het ouderlijk huis was heel intens. Zelfs als mijn vader optrad in de theaterzaal in Bobbejaanland zat ik soms als peuter op zijn schoot mee te zingen of te fluiten. We hebben ook ontzettend veel gepraat, doorgepraat en gefilosofeerd over het leven. Maar ook veel gelachen!'

Hoe was het om door het leven te gaan als de zoon van?

Tom: 'Ik heb mij daar vaak tegen afgezet. Het is te zeggen, veeleer tegen de publieke perceptie daarvan. Niet zozeer tegen mijn ouders, buiten wat logische contramine tijdens mijn tienerjaren. Ik had een ontzaglijk respect voor mijn ouders en wat ze allemaal gerealiseerd hadden. Maar derden confronteerden me dat ik door het leven ging als de zoon van en bijgevolg nooit van mezelf was, maar van iemand anders. Op de humaniora had ik het knap lastig met dat gegeven. Ik was verrukt toen ik eindelijk uitweek naar de Gentse universiteit en er een anoniem leven kon beginnen. Onze ouders hebben ons nooit in een richting gedwongen, je rolde automatisch in het familiebedrijf. Niet dat ze happig waren op het feit dat ik iets anders ging doen, maar dat werd evenmin op de spits gedreven.'

'Ik verkoos - als dwarsligger - om de studies moraalwetenschappen aan te vatten. Als benjamin wilde ik per se zélf iets realiseren, ver weg van de marketing en het bedrijfsleven. Toen ik na mijn studies en na vier jaar hard werken de Tijdsbalk van de Menselijke Evolutie, Kennis en Cultuur uitgaf - een overzicht van de geschiedenis van de wereld op een kaart van twee meter - voelde ik mij bevrijd. Die Tijdsbalk was een statement, ik had iets gerealiseerd en dat gaf een enorme innerlijke gemoedsrust. Mijn eigenzinnige levenswandel dwong respect af bij mijn ouders, maar ook omgekeerd.'

'Van toen af heb ik mij weer kunnen linken met het fenomeen en de artiest Bobbejaan Schoepen. Ook omdat Bobbejaanland in 2004 werd verkocht en ons pa zich nog eens volledig op zijn muzikale carrière kon gooien. Dat gaf hem een enorme creatieve impuls. Zelfs in moeilijke omstandigheden heeft hij nog opnames gemaakt. Hij kon weer artiest zijn en daar vertrouwen en kracht uit halen.'

'Hij schreef en componeerde weer, 35 jaar na zijn laatste elpee is de cd met Daan er gekomen, ik heb zijn biografie geschreven. Ik ben echt gelukkig dat we die creatieve projecten nog allemaal hebben kunnen waarmaken. Momenteel blik ik een documentaire over Bobbejaan in en we hebben nog een pak ingezongen liedjes die we van muziek moeten voorzien. Je ziet: mijn dagen zijn nog steeds gevuld met Bobbejaan.'

David: 'Ik had het heel moeilijk met mijn familienaam. Ook letterlijk! David Davidse! Dezelfde naam en dezelfde voornaam hebben is toch ellendig? Mijn sympathie gaat uit naar iedereen die Jan Janssens en Piet Pieters heet. Waarom hebben ze mij niet gewoon Hans genoemd? (lacht) En voorts heb ik echt álles gedaan om een eigen identiteit te vinden en maar niet op de brave kindernonkel te gelijken. Ik speelde zelfs Madame Germaine du C{oelig}ur Brisé. Hoe ver kun je gaan?'

'Maar zelfs als ik op het podium van de Moulin Rouge een stripteaseuse zou spelen, dan nog zou een oude lerares altijd zeggen: Hé, jij bent hélemaal je vader! In tegenstelling tot Tom mocht ik mijn studies niet zelf kiezen. Ik studeerde rechten omdat mijn vader dat zo wilde. Mijn droom was om cabaret te doen. Ik wilde mensen doen lachen, ik hield van de geur van de coulissen. Maar mijn vader verbood dat. Gelukkig heb ik na een tijdje de brui gegeven aan mijn universitaire studies en mijn hart gevolgd.'

Tom: 'Toen ik bij de bekende filosoof wijlen Jaap Kruithof een mondeling examen moest afleggen, vroeg hij mijn naam. Een beetje onwennig zei ik: Tom Schoepen. Waarop hij inpikte en zei: Ha, u bent de zoon van! Niemand van de aanwezige studenten wist dat. Voor hij de naam uitsprak, knikte ik onwennig ja, in de veronderstelling dat hij Bobbejaan zou zeggen. Maar hij vervolgde: '...van die van de buurtspoorwegen!' Ik knikte haastig neen. Vele jaren later kwam Kruithof de waarheid te weten en schudde hij me spontaan de hand. Ik denk dat hij die onopvallendheid wel kon appreciëren.'

Lijken jullie trouwens op Bobbejaan Schoepen en Nonkel Bob?

David: 'Weet je wat ik opmerkelijk vind? Als je oude foto's van Nonkel Bob en Bobbejaan Schoepen naast elkaar legt, merk je veel gelijkenissen. De gitaar op de schoot: oké. Maar ook dat krullende donkere haar, die ogen. En beide mannen hebben ook geen kleine neus. Ik zal je iets vertellen, Tom. Ik werd vroeger soms aangesproken met: Jij bent de zoon van Bobbejaan Schoepen!'

Tom: 'Mij hebben ze nooit verward met de zoon van Nonkel Bob. (lacht) Naarmate ik ouder word, lijken mijn vader en ik naar het schijnt fysiek meer en meer op elkaar. (lacht) Wat ik van hem meeheb? Hij nam zichzelf niet te zeer au sérieux, was eigenzinnig, professioneel, loyaal en had een zeer grote arbeidsethiek. In die dingen lijk ik op hem.'

David: 'Mijn pa was naar eigen zeggen een enorme geluksvogel en plantrekker. Dat heb ik overgenomen van hem. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij verplicht om te werken, maar hij haalde zijn gitaar boven en zei: Ha, ik zal alles begeleiden met mijn gitaar. En lap, hij moest niet werken. (lacht)'

'Voorts was pa een einzelgänger, ik ben dat ook. Een andere overeenkomst is de stevige stem. En ik heb ontdekt dat we nog een verwantschap hebben. Vooraleer ik een podium op moet, heb ik een afschuwelijk zenuwenritueel. Ik wandel rond, ga op een stoel zitten, ben in mezelf gekeerd en wandel weer rond. Toen ik samen met hem een stuk opvoerde, zag ik plots mezelf bezig. Pa deed juist hetzelfde!'

Kregen jullie aan de ontbijttafel altijd Nonkel Bob en Bobbejaan Schoepen te zien?

David: 'Nee hoor. Nonkel Bob deed klik en hij was Bob Davidse, de vader, huisman en man van Annie. Ik was blij als Nonkel Bob weg was. Laat mij duidelijk zijn: persoonlijk haat ik de figuur Nonkel Bob. Ik heb hem te veel moeten delen met alle Vlaamse kinderen. Als wij op een zeldzaam moment gingen wandelen en wij kwamen kinderen tegen op straat, dan deed mijn pa gewoon klik en Nonkel Bob was in da house. (David speelt even Nonkel Bob, nvdr.)Ha, beste kinderen, poets jullie tanden goed hé! Ha, beste kinderen, gaan jullie morgen naar school? Nonkel Bob liet mij gewoon staan en ging met zijn klanten om.'

Tom: 'Mijn vader was Bobbejaan Schoepen en Bobbejaan was mijn pa. Er was geen verborgen knopje waarop hij moest duwen om zichzelf te worden. Hij was zichzelf in de figuur Bobbejaan Schoepen. Hij was enthousiast, extravert, grappig, een showman, ook in intieme of huiselijke kring. Nuance: in huiselijke kringen was hij minder opvallend, wat filosofischer ook.'

David: 'Er moest maar één persoon ons tegemoet komen en hij werd Nonkel Bob, de grote kindervriend. Privé was hij een doemdenker. Als er iets verkeerd kon gaan, begon hij daar echt zwaar over te piekeren. Ik geef je een voorbeeldje. Twee jaar geleden belden vier flikken bij mij aan. We hebben een telefoon gekregen van je vader. Hij kon je al een paar dagen niet bereiken en dacht dat je hier dood zou liggen. Dat was mijn vader ten top. Hij had de telefoonnummers van mijn buren en van mijn vriend en toch dacht hij dat ik dood was. Mijn vader is dertig jaar niet met vakantie gegaan omdat hij altijd bang was dat dieven bij hem zouden inbreken.'

Waren Bobbejaan Schoepen en Nonkel Bob honderd procent tevreden over hun leven?

Tom: 'De laatste jaren heeft mijn vader mij meermaals toevertrouwd dat hij spijt had dat hij ooit met Bobbejaanland is begonnen en dat de zakenman de artiest te lang heeft verdrongen. Dat klinkt scherper dan het in werkelijkheid was. Het was veeleer een manier van zeggen om die vergeten muzikale geschiedenis weer in de kijker te zetten. De laatste jaren zag ik hem openbloeien door die vele muzikale projecten en dat gaf hem ongelooflijk veel energie.'

'Maar anderzijds was hij ook ontzettend fier op Bobbejaanland. Ondertussen weet ik wat hij allemaal heeft laten liggen. Na een optreden in 1957 in de Amerikaanse Ed Sullivan Show lag een driejarig contract met de platenfirma RCA op hem te wachten. Maar hij zei doodleuk: Neen, bedankt. Ik ben een familyman, ik ga terug naar België. Of hij zijn leven integraal zou overdoen, dat weet ik niet.'

David: 'Mijn pa zou opnieuw Nonkel Bob worden, daar bestaat geen twijfel over. Maar met wat hij nu allemaal wist, zou hij allicht een betere familyman zijn. (lacht)'

Tom: 'Mijn ouders hadden een perfect uitgebalanceerd huwelijk, ze vulden elkaar aan. Daarvoor zou hij zeker opnieuw kiezen.'

Zijn jullie tevreden over de perceptie die momenteel leeft over de iconen Nonkel Bob en Bobbejaan Schoepen?

Tom: 'Heel zeker. Als kind ken ik natuurlijk álle capaciteiten van Bobbejaan. Elk aspect van zijn veelzijdigheid, zijn creativiteit, authenticiteit en zijn brede visie is de laatste jaren veel meer onder de aandacht gekomen. Veel meer dan Bobbejaanland en De lichtjes van de Schelde. Ik bekijk die perceptie filosofisch. Bobbejaan deed geen beroep op computergestuurde muziekprogramma's, een studio met 24 sporen of tien computers op een podium om er te staan. Hij hield het eenvoudig, maar niet simplistisch. Hij jodelde, floot, zong, speelde gitaar en deed dat allemaal door elkaar zonder door de mand te vallen.'

'Bobbejaan blonk uit in schijneenvoud en hield niet van cultuursnobisme. Dat sierde hem. Ik hield van de populaire kant van Bobbejaan Schoepen, hij was daar ook verdomd goed in. Al hou ik persoonlijk ook van zijn cultkantje. Ook die zijde van de artiest is de laatste jaren komen bovendrijven, via muzikale projecten van Dead Man Ray, Daan, enzovoort. In de comebackplaat Bobbejaan (2008) wordt die kant meer belicht.'

David: 'De figuur Nonkel Bob is voldoende naar waarde geschat. Net als De lichtjes van de Schelde zal Vrolijke vrienden over vijftig jaar nog cultureel erfgoed zijn. Alleen, Bob Davidse is nooit van Nonkel Bob losgekomen. Mijn vader schreef ook echt hoogstaande teksten die niet bedoeld waren voor kinderen. 'k Heb mijn verdriet alleen geschreid en iedereen al die tijd doen denken dat ik vrolijk was. Meer hoef ik daar niet over te zeggen. In die zin zit de kern van de zaak.'

'Nonkel Bob was niet alleen maar de vrolijke Frans. Twee weken voor zijn dood kwam een verpleegster op zijn kamer en zei: Ha, Nonkel Bob, hoe gaat het? Mijn vader zuchtte en reageerde: Hoe lang zullen ze mij nog met die flauwekul lastigvallen? Weet je dat mijn vader samen met mijn moeder in het pretelevisietijdperk tussen 1944 en 1955 door Vlaanderen toerde met de show Annie en Bob Davidse? Hij bracht echt chanson. Jammer dat mensen dat repertoire zijn vergeten. Echt de moeite!'

Tot slot, welke onbekende anekdotes over Nonkel Bob en Bobbejaan Schoepen mogen we de lezers cadeau doen?

Tom: 'Bobbejaan Schoepen had nooit geld op zak. Dat heb je met artiesten die zakenman worden. (lacht) En via mijn moeder hoorde ik deze anekdote. Toen hij in de winter van 1961 op nummer één stond in Oostenrijk, trad hij ginds twee keer per dag op. Hij reed van Salzburg over Wenen naar Graz. Op een dag had hij autopech in de bergen. Hij bolde achteruit en bengelde even later over een ravijn. Daar zag hij de dood voor ogen. Toen er een bestelwagen stopte, zei de chauffeur: Bist du der Bobbejaan? Toll! Even later trok die bestelwagen de wagen van mijn vader met een eenvoudig touw door de bergen. Maar na enkele minuten knapte het touw en mijn vader bolde wéér achteruit en zag wéér de dood voor ogen.'

David: 'Nonkel Bob is eigenlijk een Nederlander en werd pas Belg in 1944 op 24-jarige leeftijd. Nonkel Bob was ook een enorme angsthaas. Man man! Als er veel wind was, liep hij in het midden van de straat omdat hij vreesde dat er een dakpan op mijn hoofd zou vallen.'

'Mijn vader kon ook niet tegen stiltes. Op reis naar Frankrijk werden wij tijdens de rit getrakteerd op tien uur Nonkel Bob. Hij zweeg niet! Hij zong, floot en vertelde verhaaltjes. Als hij niets meer te zeggen had, begon hij alle borden langs de weg luidop voor te lezen. Ach, Paris quatre-vingt kilomètres. Zo'n hoofd had ik toen we uiteindelijk arriveerden! (lacht)'

Bedankt voor het gesprek.


© 2010 Corelio
Artikel informatie
Datum publicatie: 13 juni 2010
Bron: Het Nieuwsblad op Zondag



Bobbejaan Schoepen is bij het brede publiek gekend als de oprichter van ‘Bobbejaanland’. Samen met zijn echtgenote Josée bouwde hij het familiepark uit tot een internationale trekpleister. Maar Schoepen was ook muzikant, auteur-componist, zanger...



Op 9 juni vindt op het plein aan de Bibliotheek en het Ontmoetingscentrum van Lichtaart de 8ste Bobbejaan Memorial plaats. Dit jaar wordt de Memorial gecombineerd met een inhulding van een kunstwerk ter ere van Bobbejaan. Het programma vindt u...