BOBBEJAAN UPDATES

Muzikant, Auteur, Componist, Zanger en Entertainer, Stichter en bezieler van Bobbejaanland

JOSEE SCHOEPEN over haar rol als echtgenote en steunpilaar van Bobbejaan Schoepen.
"We hebben bereikt wat we wilden bereiken"

30/05/2009 | De Morgen | Cathérine Ongenae
Foto's:  Stephan Vanfleteren & Herman Selleslaghs

CoverPagina 1Pagina 2


Achter elke grote man staat een sterke vrouw. In het geval van Bobbejaan Schoepen (84), topmuzikant en pretparkbaas op rust, stond die vrouw náást hem. Volgens de overlevering was Josée Schoepen (77) de grande dame in Bobbejaanland. Een nuchtere – sommigen zeggen keiharde –zakenvrouw die de teugels streng hanteerde. Haar volledige verhaal werd zelden verteld.

 

Bobbejaan & Josée

Ook al is Bobbejaanland verkocht, Bobbejaan en Josée Schoepen wonen nog altijd op de plaats waar het allemaal begon. In het huis dat ze bouwden in Lichtaart, op een plek die ooit een moeras was. Er is geen gebrek aan sporen die wijzen op een mooi en rijk gevuld leven. Geluidsmateriaal, uiteraard, waarop je de fameuze sopraanstem hoort van de jonge Josée, toen nog Joséphine Jongen. Of de talloze Bobbejaanplaten, waarop het stel lieflijke, soms grappige duetten zingt.

Maar het zijn vooral de foto's die een verrassend licht werpen op de vrouw die al meer dan vijftig jaar aan Bobbejaans zijde staat. Op sommige zie je haar aan het werk achter de bar in de showzaal. Op eentje, uit 1992, houdt ze fier een trofee in haar handen. De Brass Ring Award, uitgereikt in Dallas door de International Association of Amusements Parcs and Attractions (IAAPA), voor de beste publiciteitsbrochure.Een moment de gloire, want al die jaren schaarde ze zich onder meer achter de pr-kant van het park.

Het logo van Bobbejaanland, een strakke J waar een frivole B zich tegenaan vlijt, illustreert meer dan bedoeld. Josée Schoepen was de ruggengraat van Bobbejaan en zijn land. De motor achter de dagelijkse werking van het pretpark, de stuwende kracht die het deed uitgroeien tot een van de bekendere van Europa. Haar huishouden met vijf kinderen combineerde ze in één adem met de rol van slimme – sommigen zeggen gehaaide – zakenvrouw avant la lettre.

Al speelde ze veel meer rollen in haar leven. De oudste uit een gezin van achttien kinderen werd door haar vader – we hebben het over de jaren vijftig – gestimuleerd om vooral te gaan studeren. Ze koos klassieke zang. Ze verdiende geld voor haar studies en levensonderhoud als mannequin. En als presentatrice van de show van Bobbejaan Schoepen, toen die in 1956 maandenlang in het Brusselse concertgebouw Folies Bergère optrad. Het werd dé ontmoeting van haar leven en de eerste in een reeks van belangrijke scharniermomenten.

Eerst werken, dan handjes vasthouden

"Ik ben opgegroeid met muziek en opera. Mijn vader, die wethouder en Locoburgemeester was in het Nederlands-Limburgse Heerlen, had een mooie tenorstem. Hij zong altijd mee met zijn platen van Joseph Schmidt en Beniamino Gigli. Al snel bleek dat ook ik een goede stem had. Als jong meisje zong ik al in het koor van de opera van Aken. Het leven en de sfeer achter de bühne vond ik formidabel. Het gaf ook een enorme vrijheid. Ik nam toen alleen de tram van Kerkrade naar Aken, de grens over. Ik leerde snel mijn plan trekken en dat ben ik altijd blijven doen.

"Na mijn humaniora, in 1953, kon ik aan de slag als telefoniste in het ziekenhuis in Kerkrade, maar mijn vader raadde me aan verder te studeren. Zijn dochters moesten iets kunnen. Dat was vooruitstrevend in die tijd. Ik koos klassieke zang aan het conservatorium in Brussel, omwille van de Franse taal. In Brussel woonden ook twee tantes bij wie ik kon intrekken. Ik deed auditie en werd gekozen door Mina Bolotine, toen een geweldige operazangeres. Mijn studies liepen fantastisch. Ik studeerde af in 1959 en won de eerste prijs op mijn eindexamen met een uitvoering van Bach. Ik had verder kunnen studeren, maar omdat die studies geld kostten en we thuis met zoveel kinderen waren, werkte ik toen ook als mannequin. Op dat moment stak ik al meer tijd in modellenwerk dan in zang.

"Ook werkte ik in de Folies Bergère, een befaamd concertgebouw in Brussel waar Bobbejaan toen de vedette was. In 1956 werd ik gevraagd om zijn nieuwe, drie maanden lopende show te presenteren. Ik kende zijn naam vanop de radio, maar niet zijn liedjes. Volgens Bob, die beweert dat hij meteen een oogje op me had, zag ik hem tijdens de eerste repetities niet eens staan. (lacht) Pas na een maand samen optreden leerde ik hem beter kennen. Ik was ziek die avond, keelontsteking. Hij zei dat ik thee met citroen en honing moest drinken en bracht me die avond naar huis. We waren niet meteen smoorverliefd, het is langzaam gegroeid. Bij mij toch. Bij hem ging het sneller, zegt hij. Ik vond hem wel lief, hij had aandacht voor me. Ik was per slot van rekening een meisje ver van huis. Gaandeweg gingen mijn ogen open. Hij was een heel innemende man en dat pakte me.

"Het ergste was dat, toen het bij mij begon te dagen dat ik verliefd was, hij op een lange tournee door Amerika vertrok. We schreven elkaar. Pas toen hij terug was, zijn we een stel geworden. Al hadden we geen tijd om hele dagen als een verliefd koppel naast elkaar te zitten. We waren beiden plichtsgetrouw. Het werk ging altijd voor, bij hem, maar ook bij mij. Ik sprak stemmen in, deed ooit een bioscoopspotje met Louis de Funès. Mijn modellenwerk groeide. Ik liep defilés in het Amerikaanse paviljoen op Expo 58 en deed modeshows voor Sarma en Innovation. Als je iet of wat fatsoenlijk gebouwd was, kreeg je ook veel opdrachten voor badmode. Voor de defilés van het hautecouturehuis Bries, dat zich op de Grote Markt in Brussel bevond, reisde ik door binnen- en buitenland. Het ging zo goed dat ik al snel een autootje kon kopen, een kleine Fiat 600. Samen met de andere mannequins doorkruiste ik België. Heel leuk, maar het was hard werken. Om uit te gaan had ik geen tijd.

"Ooit verbleef ik voor het werk maanden in Zwitserland. Toen vertrok Bob op tournee door Oostenrijk. Vanuit Zürich reisde ik hem achterna. Toen zag ik pas hoe zwaar het soms was voor hem. Hij moest niet alleen zijn stem verzorgen, hij reed ook overal zelf naartoe met zijn Amerikaanse wagen. Hoog in de bergen, zonder antislipbanden, langs de afgrond. Eén keer is hij er bijna in gesukkeld, zijn remmen waren bevroren. Van de zenuwen kon hij de dag nadien niet meer zingen."

Kordaat versus kwinkslag

Josée op het strand"Van die tournee herinner ik me ook dat zijn wagen op een ochtend vol lippenstift stond, van al die meisjes die dol waren op de vedette. Ik begreep heel snel dat ik me maar beter op de achtergrond kon houden. Zo'n ster, daar moet je niet meteen een liefje naast zetten. Of ik het daar moeilijk mee had? Ja... Soms voel je je een beetje tweedehands. (lacht) In het begin was het een slag, want als mannequin sta je ook in de belangstelling. Je laat je zien. Dat heb ik afgeleerd. Bob kwam op de eerste plaats. Ook toen we met de zaak begonnen, hield ik me bewust op de achtergrond. Dat leek normaal. Pas op, achter de schermen heb ik altijd mijn mannetje gestaan. Niemand moest mij komen vertellen hoe ik het moest doen.

"Na vijf jaar zijn we getrouwd, op 18 mei 1961. Ik vond dat we al oud waren, hij was toen 35, ik 29. We wilden veel kinderen en niet te lang meer wachten. Eind december van dat jaar opende Bobbejaanland. Bob wilde stoppen met toeren. Met zijn circus had hij al heel België afgereisd, hij had overal opgetreden, van Indonesië tot Amerika. Hij had een stuk land gekocht in Lichtaart. Hij wilde daar een studio bouwen om liedjes op te nemen, en een boerderij. We hadden in het begin alleen het strand, met het witte zand dat in de bodem van het moeras zat. Toen kwam er een showzaal bij, waar hij optrad, dagelijks twee à drie keer. Later deden we ook samen shows. Het zingen miste ik niet, nee, omdat ik samen met hem zong.

"We zijn een goed team, vullen elkaar ontzettend goed aan. We vinden elkaar in veel. Ik was toen nog niet vertrouwd met countrymuziek, maar hij was wel klassiek geschoold. Dat schept een band. Dat samen zingen was ook een vorm van communicatie. We zongen zoals we waren. Ik de kordate, hij bracht er altijd een kwinkslag in. Vaak stond hij gek te doen achter mijn rug, dat hoorde ik aan de lach van de mensen. We hebben enorm veel plezier gehad, daar samen op dat podium.

"Al deed ik dat tussendoor. Ik was altijd bezig in de showzaal. Tot de laatste minuut voor ik op moest. En dan snel, snel achter het podium, me omkleden... Geen mens die zag dat ik dezelfde was als degene die hen even daarvoor nog had bediend. Ook vanop de bühne hield ik altijd een oog op de zaal. Zag ik vuile asbakken of lege glazen, dan was ik niet goedgezind. Je moest er soms ogen in je achterhoofd hebben.

"Ik heb gezongen tot het eind van de jaren zeventig. Toen kreeg ik een verdikking op mijn stembanden. Na twee operaties was het knobbeltje volledig verwijderd, maar was ik ook mijn hoge sopraanstem, die coloratuur, kwijt. Er was iets te veel van mijn stembanden afgeschaafd. Ik was helemaal verloren. Later verloor mijn man door een tandheelkundige fout zijn natuurtalent als kunstfluiter. Zo zijn we beiden onze gave kwijtgespeeld."

Streng maar rechtvaardig

Josée in haar tuintje"Ik heb me toen nog meer toegelegd op de zaak en mijn huishouden. Want ik had intussen wel mijn werk met die vijf kinderen. Ik was elke ochtend om 6 uur op, deed mijn gymnastiek, ging zwemmen. Hoe ik dat allemaal klaarspeelde met zo'n groot gezin? Dat vraag ik me nu ook af. Vanzelfsprekend was het niet. Als je erin zit, doe je verder. Ik bleef doorwerken, ook toen ik hoogzwanger was. Alle vijf de bevallingen waren moeilijk en duurden minstens veertien uur. Men had me verteld dat zo'n kind er bij de vierde en vijfde keer uitfloept. Bij mij was dat zeker niet het geval.

"In 1964 kwam mijn zus Wies mee in de zaak voor de financiële en de boekhoudkundige kant. Zij zorgde voor de financieel solide basis van Bobbejaanland. Ik wilde voor die dingen iemand die dicht bij de familie stond. Met z'n drieën leidden we Bobbejaanland. Er was een enorme vertrouwensband tussen ons. Vaak hadden we genoeg aan een half woord of een blik. Daar kon niemand tussenkomen, zelfs mijn kinderen niet.

"We haalden het onderste uit de kan en eisten veel van ons personeel, omdat we zelf ook dag en nacht werkten. Niet boven hen, maar tussen hen. Ik tapte en bediende, maakte schoon, zat aan de kassa... Al wil ik het woord 'werken' niet gebruiken. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik aan het werk was, maar ik was wel altijd bezig. Dat is belangrijk, ook voor je medewerkers. Je moet er zijn, hoor, in zo'n zaak.

"De mensen die hier werkten, vonden me heel streng maar ook rechtvaardig. Als er iets niet in orde was, zei ik dat meteen, maar ik kon de bladzijde wel meteen omslaan. Ik kan niet bokken, ik praat de zaken liever uit. Maar in zaken kon ik zeer categoriek zijn. Dan ging ik op mijn achterste poten staan. Het moest zijn zoals ik het wilde. Als het om miljoenen gaat, zoals de attracties, dan mag je niet mals zijn. Je bent per slot van rekening verantwoordelijk.

"Toch ben ik nooit bang geweest, ook niet voor de zaak. Ondanks de zware momenten. Wij zijn gelovig opgevoed, moesten van vader elke avond naar het Lof. Al vind ik dat je in elk geloof zalig kunt worden, voor mezelf putte ik vaak troost uit het beeld van Maria. Ook toen de gezondheidstoestand van mijn man een paar jaar geleden zorgwekkend was, ging ik altijd langs in de ziekenhuiskapel, in de hoop dat hij er zou doorkomen.

"Een van de zwaarste momenten was de verkoop van Bobbejaanland in 2004. Bob wilde eerst wel, dan weer niet. Hij hing zo aan die zaak vast, dat was zijn kind. 'Maar Bob', zei ik, 'we worden te oud. We kunnen niet anders.' Wie zou het verder zetten? Niet alle kinderen waren in dezelfde mate geïnteresseerd. Behalve Jacky dan, onze middelste. Die wilde het park heel graag verder zetten. Uiteindelijk stemde Bob in en bleek het de juiste beslissing. Hij is nadien zieker geworden, ik belandde vlak na de verkoop in het ziekenhuis met longembolie."

Een goed medicijn

Josée Schoepen, een klassevrouw"Of ik geniet van mijn pensioen? Ik noem dit geen pensioen. Ik werk nu harder dan toen, ik verzorg mijn man. Nu zouden we moeten genieten, maar we kunnen niet. Dat is toch jammer, hé, dat we er te laat aan begonnen zijn. Maar het is zoals het is. Voor mij persoonlijk vind ik het niet erg. We hebben een fantastisch en leuk leven gehad. Al zegt Bob weleens dat hij er soms spijt van heeft dat hij met Bobbejaanland begonnen is. Dat hij het bij die studio had moeten houden en verder toeren in het buitenland.

"Bob had het vaak moeilijk met al die kopzorgen. Hij heeft vaak op het strand zitten huilen. Ik wist dat niet, dat heeft hij me later verteld. Of hij er echt spijt van heeft, is moeilijk te zeggen. Misschien is het zijn manier om duidelijk te maken dat het hard is geweest. Allicht heeft hij gedacht om eerder de draad van de muziek weer op te nemen, want in deze context kon hij natuurlijk niet altijd kwijt wat hij wilde zingen. In Bobbejaanland werden opgewekte liedjes verwacht, de hits van vroeger, terwijl hij aan een persoonlijk repertoire wilde werken. In zijn binnenste heeft hij altijd naar de muziek gehunkerd.

"De plaat die vorig jaar uitkwam, maakt wel heel veel goed. Ze is opgenomen in de periode dat hij pendelde tussen thuis en ziekenhuis. Terwijl Bob in het ziekenhuis lag – zijn leven hing aan een zijden draadje – beluisterden Tom, onze jongste zoon, en ik samen de opnames. Als hij dan weer even beter was, deden we sommige opnames opnieuw, met ons drieën, hier op deze plek. Dat was zwaar maar ook mooi. De zoon en de moeder die er samen alles aan doen om het te laten lukken. Als Bob en ik dan 's avonds op onze kamer kwamen, voelden we die fantastische band weer, net als vroeger. We beseffen dat het innerlijk heel goed zit tussen ons tweeën. Dat we toch bereikt hebben wat we wilden bereiken. Ik ben blij dat we dat samen hebben klaargespeeld.

"We krijgen veel lof voor het nummer 'Verankerd', waarin hij zingt over de strijd tegen zijn ziekte en het ouder worden. Mensen herkennen daar blijkbaar iets van zichzelf in. 'Verankerd' kreeg hij eerst niet gezongen. De tranen bleven maar komen en uiteraard had ik het dan ook zitten. Wij allemaal trouwens. (stil) Emotioneel was dat heel confronterend, maar door het te blijven zingen heeft hij daar ook mee afgerekend. We zullen allemaal een keer moeten gaan, maar een mens denkt daar niet aan. Wil er niet aan denken. De dood is altijd veraf, menen we, maar dat is niet zo. Je wordt geboren, je gaat dood. Afgelopen.

"Nu heeft hij daar zoveel voldoening van. Hij is er beter van geworden, terwijl hij dacht dat het gedaan was. Die cd was een goed medicijn. En hij blijft bezig. Nu nog wordt hij 's nachts wakker met een idee dat ik dan moet opschrijven. Hij kan weer Bobbejaan Schoepen zijn. Dat is toch beter dan stilletjes verdwijnen. Al denk ik dat hij, zoals hij nu is, nog wel een paar jaar mee kan."

——————————————
Datum publicatie: 30 mei 2009
Bron: De Morgen

Bobbejaan Schoepen is bij het brede publiek gekend als de oprichter van ‘Bobbejaanland’. Samen met zijn echtgenote Josée bouwde hij het familiepark uit tot een internationale trekpleister. Maar Schoepen was ook muzikant, auteur-componist, zanger...



Op 9 juni vindt op het plein aan de Bibliotheek en het Ontmoetingscentrum van Lichtaart de 8ste Bobbejaan Memorial plaats. Dit jaar wordt de Memorial gecombineerd met een inhulding van een kunstwerk ter ere van Bobbejaan. Het programma vindt u...