BOBBEJAAN UPDATES

Muzikant, Auteur, Componist, Zanger en Entertainer, Stichter en bezieler van Bobbejaanland

Portret van een lady: Josée Schoepen

Josée Schoepen ELLE | maart 2012 Bewaar PDF

Ze is de tachtig al voorbij, maar Josée (née Josephina) Schoepen heeft nog
niets aan gratie en charme ingeboet. Voor ELLE blikt de sterke vrouw aan de zijde van monument Bobbejaan Schoepen voor het eerst terug op haar leven als topmodel. “Op Expo 58 verdiende ik 1000 frank per dag in het Amerikaans paviljoen, dat was een fortuin in die tijd.”

 

Eén hoog ten huize Schoepen in Bobbejaanland. In de geheel in bruine tinten opgetrokken studio van wijlen Bobbejaan staan de taartjes en sandwiches klaar. Overal getuigen de talrijke souvenirs en foto’s van de glorieuze carrière van de man die niet alleen onsterfelijk zal blijven omwille van evergreens als ‘De lichtjes van de Schelde’ of ‘Café zonder bier’ maar ook - en vooral - als een groot artiest die met zijn uitzonderlijke performerstalenten de wereld veroverde: van Belgisch Kongo, Duitsland en Frankrijk tot de Verenigde Staten toe waar hij als Bobby John furore maakte. Maar we zijn hier in de eerste plaats om het over Josée zelf te hebben, de voormalige koningin van Bobbejaanland en, dit is minder bekend, een van de eerste topmodellen van België. Nog steeds is ze een vrouw met présence en een zacht-Nederlandse tongval waarmee ze haar getuigenis aflegt over de jaren vijftig, toen ze als jonge twintiger de catwalks en catalogi van de grote modehuizen veroverde. Josée is net naar de kapper geweest en wordt, voor de foto’s, nog even bijgewerkt door de visagiste. De gastvrouw laat het zich welgevallen en haalt haar archief, twee plakboeken met krantenknipsels en foto’s, boven. En met de boeken komen ook de herinneringen opborrelen.

Josée: “Toen ik model was, moesten we ons kapsel en make-up zelf verzorgen. Zwarte eyeliner was toen in de mode met een laagje pancake (fond de teint met een sponsje – red.), het was veel primitiever dan nu. Ook voor onze accessoires moesten we zelf zorgen. Gelukkig had ik een grote voorraad schoenen, tassen, sjaaltjes en (nep-)juwelen. Mede daardoor werd ik vaak voor opdrachten gevraagd.”

Gespot met Louis de Funès

Maar laat ons terugkeren naar 17 oktober 1931, de dag dat Josephina Jongen in Heerlen, in Nederlands Limburg, werd geboren. “Als oudste van achtien kinderen”, zegt ze, “Mijn vader was een vooruitstrevende, liberale man met een grote liefde voor muziek. Hij was Wethouder van Publieke Werken en liet in Heerlen onder meer de schouwburg bouwen. Hij stimuleerde elk van ons om onze talenten te ontwikkelen. Natuurlijk moesten we thuis een handje meehelpen met de kleintjes. Elk jaar kwam er eentje bij. We waren met twaalf meisjes en vier jongens, twee kinderen overleden vroegtijdig. Ik smeerde ’s ochtends de boterhammen, een hele stapel. Mijn moeder bestierde het huishouden, helaas is ze gestorven op haar vijftigste.
Haar jongste, Roberta, was toen amper vier. “Josée kreeg thuis lessen in zang en piano van een privéleraar. “Mijn zus Wies (Louise) studeerde Frans aan de Sorbonne in Parijs terwijl ze als au-pair bij een doktersfamilie inwoonde. Wij leerden van jongsaf aan zelfstandig te zijn. Toen ik een jaar of achttien was, trok ik in mijn eentje naar de Opera in Aken om er, op aanraden van mijn privéleraar, auditie te doen voor het koor.

Duitsland was toen nog een totaal ander land, net over de grens kwam je in oorlogsgebied terecht. Ik ging erheen met de tram, een hele onderneming. Zo heb ik mezelf opgevoed qua taal en rijkheid aan ervaringen. Wij leerden heel vroeg op eigen benen te staan.” “Na de middelbare school, werkte ik als telefoniste bij een textielbedrijf in Heerlen. Later kreeg ik het aanbod om hoofdtelefoniste te worden in een ziekenhuis in Kerkrade. Ik stond dus voor de keuze: werken of verder studeren.

Mijn vader vond dat ik mijn zangtalent moest ontwikkelen. Dus deed ik toelatingsexamen in het Conservatorium van Brussel. Waarom Brussel? Wij waren meer op België en Duitsland gericht, de muziekschool van Maastricht was toen nog niet bekend en Den Haag was te ver. Bovendien had ik twee tantes in Brussel wonen bij wie ik kon intrekken, in de Rue de L’Aquéduc in Elsene. Twee sterke vrouwen. Tante Lisa was hoofdverpleegster in de Sint-Pieterskliniek en ongehuwd. Tante Josephine was wel getrouwd en had twee zonen. Overdag ging ik naar het Conservatorium, ’s avonds spijkerde ik mijn Frans bij als gezelschapsdame bij bejaarde vrouwen van in de tachtig - mensen die nu mijn leeftijd hebben (lacht). We dronken dan thee met een koekje of cake erbij. Ik vond het heel gezellig. Soms moest ik iets voorlezen en dan verbeterden ze me. Op die manier ging mijn Frans er met rasse schreden op vooruit. Een van de zonen van Tante Josephine, Robert, was hoofdboekhouder bij Nestor Martin. Ik was een groentje toen en kende de stad niet. Robert was niet getrouwd en vond het leuk om met me uit te gaan of te gaan eten. Het was een hele leuke tijd. Ik haalde mijn eerste prijs aan het Conservatorium op vijf jaar tijd en tussendoor werkte ik dus als model. Na de oorlog was er een grote drive om vooruit te geraken. We werkten allemaal hard en wilden iets opbouwen”

“Op het Conservatorium - waar alle lessen trouwens in het Frans waren - kreeg ik ook dictie en daarom werd ik gevraagd om spotjes in te spreken. Dat ik naast Nederlands en Frans ook goed Duits sprak, was een pluspunt. Die spotjes werden opgenomen bij Studio Lebrun in Brussel.” Van voice-over ging het naar bedrijfspresentaties: “Ik herinner me een informatiefilmpje voor Solo dat werd afgespeeld, alvorens de mensen de fabriek bezochten.” Beetje bij beetje kwam er ook acteren in reclamespots bij kijken. “Ik heb een spotje gedraaid voor Dreft dat een paar jaar geleden vanonder het stof werd gehaald door Van Thilt in een item over reclame in de jaren vijftig. Voor het sigarettenmerk Visa was ik verkleed als een soort cupido. Een acteur schoot pijlen af op een hart waarin een pakje sigaretten zat. Die acteur was Louis de Funès, die ik helemaal niet kende. Voor mij was dat een acteur als een ander. Ik had toen trouwens geen tijd om naar de cinema te gaan.“

Foto's Interview ELLE

Naar de school voor mannequins

“Het geld dat ik op die manier verdiende was mooi meegenomen”, gaat Josée Schoepen verder, terwijl we samen de zwart-witfoto’svan de stunning brunette bekijken. “Op weg naar het Conservatorium kwam ik voorbij een nieuwe school voor mannequins aan de Chaussée de Charleroi. Dat intrigeerde me. Modellenwerk zou me meer opleveren dan wat ik met mijn stem kon verdienen. Ik leerde er elegant de trappen af te lopen, in een auto te gaan zitten, hoe je je benen moest zetten en hoe je moest defileren. Ik ben begonnen als showroommodel bij het huis Bries, toen een chique couturehuis, aan de Grote Markt in Brussel. We waren met vier mannequins, ik was de jongste, en blijkbaar waren ze erg tevreden over mij want ik werd ook pasmodel. Op een dag werd ik naar Zürich gestuurd met een hele collectie kleren. Die moest ik dan in een modehuis gaan showen en tergelijkertijd moest ik ook de bestelbonnen opmaken. Daar heb ik veel van geleerd. Ja, blijkbaar hadden die mensen wel vertrouwen in me. Ik werd meer en meer gevraagd, ook om modellenwerk in de provincie te gaan doen, bij de kledingzaken van de aankopers. Dan moest ik ’s ochtends vroeg de kleren passen, en ’s middags en ’s avonds waren er défiles.

Er waren geen kappers of make-upmensen, dat comfort hadden we niet.” We zitten nu middenin de fabulous fifties. De tijd van de perfect gesneden, elegante Mad Man-look. Fotoredactrice Sofie, een die-hard fiftieslover, kijkt geboeid naar de prachtige jurken die Josée voor een postorderbedrijf showde. 1.750 frank voor een jurk, een klein fortuin in die tijd. “Ik heb jaren geposeerd voor de Textielcentrale, een soort La Redoute avantla lettre. De foto’s werden op locatie genomen, in het huis van de baas in Sint-Niklaas. “

De carrière van het frisse model liep als een trein, de opdrachten stroomden binnen: reclamecampagnes voor Innovation en voor het huis Forma dat (corrigerend) ondergoed op de markt bracht.“Ik stond op een grote display in alle winkels. Ik heb er hier lang een bewaard, maar Tom (Schoepen, de jongste zoon – red.) heeft ze mee naar Gent genomen.”

In 1958 werd ze, als enige Belgische, gevraagd als hostess/model in het Amerikaanse paviljoen op de Expo. “Ik verdiende er 1000 frank (25 euro -red.) per dag, dat was toen heel veel geld. Voor defilés kreeg ik doorgaans 350 frank betaald. “ Met die centen kocht Josée een auto. “Een Fiat 600, maar daar heb ik maar een seizoen mee gereden. Ik nam de andere mannequins mee naar defilés, in ruil voor een kleine bijdrage. Het jaar erop kon ik al een Fiat 1100 kopen, een iets comfortabelere auto.”

“Ik had geen problemen om in badpak of lingerie te poseren”, zegt ze bedaard, “Ik voelde geen gêne over mijn lichaam. In die tijd was het niet zo evident om in badpak te poseren, maar ze vonden me blijkbaar goed en het werd beter betaald dan gewone shoots. Natuurlijk was niet iedereen daar geschikt voor, je moest wel een beetje klasse hebben, zoiets is vlug vulgair als je niet oppast. Mijn vader was aanvankelijk niet op de hoogte, ik durfde het hem niet zo goed te vertellen. Hij haalde via zijn contacten wel een grote opdracht binnen voor het Nederlandse modehuis Schunck dat elk jaar een groot defilé organiseerde. Ook mijn tantes moedigden me aan. Mooi meegenomen was dat ik mijn studies kon betalen en voldoende overhield voor extra’s. Eind jaren vijftig verhuisde ik naar een eigen appartementje in Schaarbeek.“ Ook de vijf jaar jongere zus Mia - die later met tv-legende Jan Theys trouwde - zette haar eerste stappen als model aan haar zijde. Zus Louise kwam na haar studies in Parijs ook in Brussel wonen, om er te gaan werken bij platenfirma Decca. Ze zou later de zakelijke ruggengraat van Bobbejaanland worden.

Foto's deel 2 Interview ELLE

De ontmoeting met Bobbejaan

Josée Jongen haalde haar Eerste Prijs aan het Concervatorium met uitvoeringen van J.S. Bach, ze bleef een veelgevraagd model tot ze in 1961 trouwde met Bobbejaan Schoepen om een jaar later te bevallen van haar oudste zoon, Robert, ‘Bob’. “Ik had misschien wel succes bij de mannen”, zegt Josée afgemeten, “maar dat hield me helemaal niet bezig. Ik had het te druk met mijn studies en werkte hard, het waren andere tijden toen.” Ze leerde Bobbejaan kennen in 1956 via een opdracht voor de muziek-hall Folies Bergère waar ze gevraagd werd als presentatrice. “Hij was toen al heel bekend, zijn liedjes werden vaak op de radio gedraaid. Hij was al in 23 landen geweest, had gezongen voor de Amerikaanse soldaten tijdens het proces van Nuremberg en gewerkt in Nashville. In 1943 deed hij een examen klassiek fluiten voor de radio. Je moest daarvoor Bach kunnen fluiten, nootje per nootje. Dat fluiten was een gave die hij van zijn moeder had. Hij vertelde me dat hij onder de strijkplank van zijn moeder ging zitten, om haar gefluit te horen...” Josée kreeg een contract van een maand om een varieté-programma rond Bobbejaan Schoepen aan elkaar te praten in haar smettenloze Nederlands. “Ik mocht zelf ook een liedje zingen”, zegt ze, “Nicole Josy (van Nicole & Hugo - red.) fungeerde daarbij als pony op het podium (lacht). Ik zag Bob tijdens de repetities, maar we hadden niet echt contact. Hij was zes jaar ouder dan ik en een grote vedette. Ik had een kleine loge, pal naast de bühne, omdat ik het programma aaneen moest praten. Hij had een mooie, grote loge. Na twee weken ben ik ziek geworden, vermoedelijk van het harde werken en het over en weer sjokken. Bobbejaan was bezorgd, hij was een vriendelijke mens, toen al.
Hij heeft me naar huis gevoerd en zei me: ‘Neem een tas thee met citroen, dat is goed voor de keel’, zo van die dingen. Hoe en wanneer de vonk is overgeslagen, weet ik niet meer, maar hij viel eerst voor mij. Ik had wat meer tijd nodig.” “De show werd wegens succes met twee maanden verlengd en toen vertrok Bob naar Amerika. Hij nam er een plaat op voor RCA in New York, waar hij de studio’s deelde met Elvis en trad op in de Ed Sullivan show. Ik bleef in Brussel omdat ik werd aangezocht om dezelfde show, maar dan met Tohama, een franstalige artieste, te presenteren. Die show werd al na een maand afgevoerd. Naar Bobbejaan kwamen ze met busladingen uit heel Vlaanderen kijken, in Wallonië bestond die traditie niet. Hij was een ster, ‘De lichtjes van de Schelde’ en ‘Jef en Rosa’ waren grote hits. Hij zong ook ‘De pompier van Brussel Zuid’, in plat Brussels, een geboren entertainer. Hij bracht mensen aan het lachen, zette de dingen op hun kop. “ Josée kwam uit een katholiek, klassiek geschoold gezin, genoot een uitstekende opvoeding en frekwenteerde als model de deftigste milieus… Clashte dat niet met het populaire, varietégenre? “De Folies Bergère had niets te maken met de naamgenoot in Parijs, er kwamen geen halfnaakte meisjes en zo aan te pas. Het was een concertzaal met een deftig publiek. Het genre muziek dat er werd gebracht was inderdaad wat lichter, maar ik heb altijd open gestaan voor alles en ben breeddenkend opgevoed.”

Tot begin de jaren zeventig zong Josée mee in de shows van haar man in Bobbejaanland. Tot een stemknobbeltje roet in het eten kwam gooien. goede genen, gezond eten Ik wil het graag nog over haar schoonheidsgeheimen hebben. Hoe doet ze het toch, om er nog altijd zo mooi en kwiek uit te zien? Josée: “Ik sta om zes uur op en trek dan baantjes in ons zwembad. Tot voor kort een stuk of twintig, nu ik wat sukkel met mijn rug, mag ik enkel de jetstream gebruiken. Vroeg opstaan is een gewoonte geworden, ik heb het nooit anders geweten. Vroeger, toen de kinderen nog naar school gingen, haalde ik ze zelf uit bed en zorgde ik voor het ontbijt, met muesli en verse jus. Ik moest om acht uur al paraat staan in de zaak waar ik 400 man personeel leidde. Ik was al 29 toen we trouwden, we wilden snel kinderen. Er kwamen er vijf, vlot op elkaar. Als moeder moet je zoveel mogelijk zelf doen. Ik heb nooit gewild dat er ’s ochtends iemand anders bij de kinderen was. “ “Toen ik als model werkte, lette ik al op mijn voeding. Niet dat ik dik was, maar ik heb wel altijd zorg voor mijn lichaam gedragen. Ik at veel groeten en fruit, nu nog maak ik minstens drie of vier verschillende groenten klaar voor mezelf. “

“Na de geboorte van de kinderen volgden Bob en ik enkele keren een hongerkuur. Via mijn schoonbroer Jan Theys kregen we het adres van een kliniek in Duitsland waar we een tiendaagse ontslankingskuur volgden. Hongeren
maakt de geest vrij en na een druk seizoen zaten we toch wel wat op ons tandvlees. Daar leerde ik ook de reformkeuken kennen. Overdag gingen we wandelen en zwemmen. Het was heerlijk om dat samen met mijn man te kunnen doen. “

Foto's Deel 3 Interview ELLE

Steun en toeverlaat

“Bob en ik zijn altijd een hecht team geweest, daar kwam niemand tussen. We werkten dag en nacht in de zaak, maar hebben ook veel gereisd. Elk jaar gingen we enkele weken naar Amerika om er kostuums te kopen bij Nudie Cohn, een goede vriend.” Een selectie van die prachtige op maat gemaakte podiumkostuums van de hand van de legendarische ‘Rodeo Tailor’ die ook voor Elvis Presley, Dolly Parton en Johnny Cash werkte, was tot midden februari te zien in het MoMu. “Toen Nudie zag dat ik mannequin was geweest, heeft hij enkele kleren op mijn maat gemaakt, om ze door te verkopen aan zangeressen.” Josée geraakte in de ban van Indiaanse ethnografische kunst en begon stukken te verzamelen. De Indianencollectie groeide uit tot een van de belangrijkste van Europa. “We gingen ook altijd samen op prospectie naar beurzen waar de laatste nieuwe attracties werden getoond, wanneer je een pretpark van deze omvang runt, moet je bij blijven.”

Bijna vijftig jaar bleef Josée de sterke vrouw aan de zijde van haar man. “In 2004 had hij het heel moeilijk met de verkoop van Bobbejaanland. Het was een stuk van zijn leven dat hij niet zomaar wou opgeven, bijna zijn kind. Ik vond dat het genoeg geweest was, we werden ouder en wilden nog wat genieten van ons leven.” Voor Josée en Bob braken eindelijk rustiger tijden aan, die helaas van korte duur waren: bij Bobbejaan werd kanker vastgesteld. “Tom en ik zijn in de periode dat Bobbejaan ziek was, in zijn archief gedoken. We vonden er een schat aan onuitgegeven materiaal, liedjes die hij tussen zijn drukke werkzaamheden door had gecomponeerd op gitaar. We zaten soms tot vier uur ‘s ochtends in de studio om het materiaal te triëren. “ Dat harde labeur resulteerde eind 2009 tot het magnus opus ‘The World of Bobbejaan’: drie cd’s met 76 songs waaronder 20 nooit eerder uitgebrachte nummers. Voor de plaat ‘Bobbejaan’, waaraan onder meer Geike en Daan meewerkten, zong Bobbejaan nieuwe nummers in (waaronder het prachtige ‘Verankerd’). “Hij was toen al heel ziek, pendelde tussen het huis en de kliniek. Zijn stem wou niet altijd meer mee. Maar omdat ik zelf gezongen heb, kon ik hem helpen om zijn stem terug te vinden, samen lukte het wel. Boven de 75 jaar komt er bij de meeste mensen niet veel meer uit, maar hij kon nog altijd prachtig zingen en zelfs jodelen. Hij kon nog een hoogte halen waar je verstomd van stond. Ik heb mijn man tot het einde gesteund.”

Bobbejaan stierf in mei 2010. We kijken samen in het prachtige boek ‘Bobbejaan’, geschreven door Tom Schoepen in samenwerking met Stephan Vanfleteren en neuzen in de uit de kluiten gewassen dressing met de Stetsonhoeden, lederen boots en prachtige pakken van Bobbejaan. Misschien moet Tom nu maar eens een boek over zijn moeder maken, bedenken we.


Met dank aan Tom Schoepen die dit interview mogelijk maakte.
Tom Schoepen, ‘Bobbejaan’, uitg. Kannibaal, 49 euro.

——————————————
Datum publicatie: maart 2012
Bron: ELLE

Bobbejaan Schoepen is bij het brede publiek gekend als de oprichter van ‘Bobbejaanland’. Samen met zijn echtgenote Josée bouwde hij het familiepark uit tot een internationale trekpleister. Maar Schoepen was ook muzikant, auteur-componist, zanger...



Op 9 juni vindt op het plein aan de Bibliotheek en het Ontmoetingscentrum van Lichtaart de 8ste Bobbejaan Memorial plaats. Dit jaar wordt de Memorial gecombineerd met een inhulding van een kunstwerk ter ere van Bobbejaan. Het programma vindt u...