Muzikant, Auteur, Componist, Zanger en Entertainer, Stichter en bezieler van Bobbejaanland


“En krijg ik voorgoed averij, 
denk dan aan de kinderen en sla je erdoor, 
en spreek hen dan dikwijls van mij.
(uit ‘De lichtjes van de Schelde)


boek1
“Zeg Tom, ge hebt toch alles goed bijgehouden?”

Hij lag op zijn bed in de slaapkamer. Het was nacht, maar hij sliep niet. Bioritme doorbroken. Hij lag daar vaak zo, starend, een beetje kauwend, op gedachten vooral. Het was zijn voorlaatste levensjaar, 2009.

Rond een uur of drie schoof ik, nachtmens, naar zijn kamer toe, met camera in de hand, richting flauw licht uit een vitrinekast, dat een halo vormde rond zijn massieve kop op een voor de rest duistere plek. Naast pa’s ziekenhuisbed zie ik de bekertjes met water die ma met precisie voor hem uur na uur inschenkt en die hij met evenveel precisie opdrinkt. Ik zie dat hij zijn handschoenen draagt. Hij heeft het vaak koud ’s nachts. Op zijn voorhoofd ligt een rood washandje. Ook weer van ma, die het om de zoveel tijd ververst. De vloer kraakt onder mijn voeten, ik begin te filmen vanuit de badkamer, naar dat schijnsel toe, naar die kauwende, mijmerende figuur in het middelpunt. Achter het bed de reflectie van een witte piano die in de nacht een vlek is. Ik sluip de slaapkamer in, ga langs het bed waar mijn moeder ligt te slapen. Nu ja, slapen ... Ineens weerklinkt: “Tom! Tom! Maak dat ge weg zijt.” Ik negeer haar bevel, kom nog dichter bij pa’s bed, film verder. Hij wenkt me: “Wat ben je aan het doen, Tom?” Ik fluister: “Filmen, pa, voor die documentaire, weet je nog?” “Da’s goed, jongen, da’s goed”, zegt hij, en hij begint te vertellen, stelt vragen over de tweede cd die we willen opnemen, over het huldeconcert dat binnenkort in zijn geboortedorp Boom plaatsvindt. Ik zeg: “We zouden misschien ‘De lichtjes van de Schelde’ kunnen doen als slotnummer, pa, als ge u goed voelt. En ‘In de schaduw van de mijn’.” “Dat kan ik niet meer, jongen”, zegt hij. “Laat Daan het maar doen.” Na een langere pauze klinkt het ineens: “Tom, gij hebt toch alles goed bijgehouden, hè?”

Ik knik.

pontiac2

Misschien vreemd dat het de benjamin is die het graafwerk naar zijn vader – Bobbejaan, cowboy, pretparkpaus en mens – doet. Een paradox, want ik die het minst heb meegemaakt, wou het meest te weten komen. Gaandeweg werd de ontdekking verrukking door het waardevolle archief dat in Lichtaart lag. Alles wat sinds de jaren dertig opzij was gelegd, heb ik met groeiende verbazing doorgenomen. Zowel de nuttige als de schijnbaar nuttelozere dingen. Van platenhoezen en toerlijsten tot etiketten. Van foto’s, contracten en brieven van fans tot getekende plannen van attracties in Bobbejaanland. Ooit zou het wel dienen, moet hij gedacht hebben. Vader had me er al jaren eerder attent op gemaakt hoe rijk zijn archief wel was. Misschien, zo gaf hij dan schamper mee, zou ‘men’ ooit beseffen welke draagwijdte zijn werk wel had gehad: historisch, muzikaal, artistiek.

Het gaf me toen een soort rust om te weten dat alles wat daar lag, te ontdekken, te doorvlooien en te analyseren was. Jaren geleden was de tijd echter nog niet rijp om me in al die artefacten te verliezen, vast als ik zat in mijn fase van zogenaamde ‘contraminepsychologie’. Ik wou toen vooral weg zijn uit het magma van thuis, weg van pretpark, artiest, ouders, hun levenswerk. Ik wou werken aan en worstelen met een eigen agenda, een eigen levensplan uitstippelen. Los van.

This is the HTML version of BOBBEJAAN Page 1
To view this content in Flash, you must have version 8 or greater and Javascript must be enabled. To download the last Flash player click here


Misschien vermoedde mijn vader niet hoe ernstig ik hem toen al nam. Ik was op de hoogte van zijn hele repertoire en dat ging veel verder dan de meezingers die iedereen kent. ‘Duivenkot’ en consorten, oorwurmpjes geworden want wijdverspreid door platenlabels die, toen al, minder oog hadden voor kwaliteit dan voor rentabiliteit. Al van jongs af aan aasde ik op een soort culturele weerwraak. Ik werd gepest op school in de jaren zeventig, werd scheef bekeken als de zoon van die maffe cowboy op zijn paard, die man met gespoorde laarzen en deukhoed in zijn hagelwitte Pontiac. Uitgerekend in een tijdperk van antiamerikanisme werd zijn voorkomen op gehoon onthaald. Ik heb later soms fronsend, angstig, met afgrijzen artikels over hem gelezen, geschriften die zweefden tussen ‘zeventiger cynisme’ en pure afrekenjournalistiek. Met alles wat rook naar de oubollige jaren vijftig en zestig moest worden afgerekend. Dus ook met Bobbejaan.

Als kind, puber en jongvolwassene groeide ik in een pretpark op, zag ik mijn vader meer op het podium bezig dan in de woonkamer. Het leven buiten was: looping, wildwaterbaan, een Bobbejaan die op routine draaide en een attractie onder de attracties was. Terwijl hij barstte van muzikale, creatieve energie, wist en voelde ik. Later vond ik er alle bewijzen van terug – middels zijn secuur geordende archief – dat hij in zijn creatiefste periode van de jaren zestig in alle wasdom en rijkdom naar boven kwam en artistiek hoge toppen scheerde.

Mijn conclusie is nu dat geen enkele Belgische artiest zo polyvalent, zo breed zijn talent uitzaaide en in die breedte succes oogstte. Maar net die veelzijdigheid is zijn valkuil gebleken. Ook die gedachte laat je niet los als je het materiaal doorploegt, filmpjes bekijkt, muziek beluistert, bladmuziek leest. Die man was voor geen gat te vangen en dat maakt hem zo moeilijk te taxeren. Wie fluiten tot een kunstvorm bracht, kon jodelen en gitaar speelde, componeerde en in zo vele registers kon zingen, en bovendien nog een zakeninstinct bezat, waar breng je die in onder? Met welke parameters kun je dan met andere artiesten in vergelijking treden? Bobbejaan zelf trok er zich geen barst van aan of wat hij deed correct werd bevonden. De muziek in zijn hoofd, in zijn tokkelende handen, zijn jodelkeel en zijn getuite lippen bleef maar een weg naar buiten zoeken. Dat was wat telde. 

(...)

In dit boek hebben we geprobeerd om zowel Modest, Bob, Bobbejaan, cowboy, countryzanger, publiekslieveling, echtgenoot en vader in beeld en woord te brengen.

En ja, pa, het is allemaal goed bijgehouden.
Wees gerust!

Tom Schoepen